Wat Krijgen We Nou?

Gepubliceerd op 27 april 2026 om 13:29

In Sukhothai was de oude koningsstad verlaten na overwinning door Ayutthaya. De ruïnes staan er nu tussen de bomen, de oude stadsgrachten en wallen zijn overgroeid. Naast de oude stad ligt nog wel een dorp, tegenwoordig "Oud Sukhothai"  genoemd, en tien kilometer verderop ligt de stad "Nieuw Sukhothai". In Ayutthaya is dat anders. Nadat de stad was ingenomen en verwoest door de Birmezen, is men er toch blijven wonen. Hoewel verwoest, waren de tempels nog steeds van grote spirituele waarde voor de bevolking. En bovendien was de ligging langs de rivieren en de toegang naar de zee economisch nog steeds zeer aantrekkelijk.

Het gevolg daarvan is, dat je door de hele stad restanten van bouwwerken aantreft. Het hart van de stad wordt gevormd door een cluster van belangrijke tempels uit de oude tijd, restanten van het oude paleis, etc. Maar elders in de stad zijn huizen, wegen en (nieuwere) tempels om de ruïnes heen gebouwd. Ayutthaya telt nu ongeveer 70.000 inwoners, dus dat is maar een fractie van de omvang die de stad had op haar hoogtepunt.

Een aantal tempels ligt langs de rivier, maar de grootste liggen midden in het Historisch Park:

Wat Mahathat

Het eerste wat ons op viel toen we uit de taxi stapten, was dat van deze tempel nog aardig wat overeind staat, in vergelijking tot de tempels in Sukhothai. Met één groot verschil: Bijna alle boeddhabeelden zijn weg. En die er nog zijn, zijn letterlijk een kopje kleiner gemaakt. Nou was ons dat in die eerdere stad wel opgevallen en we vroegen ons dan ook (weer) af waarom dat zo was. 

Nadat het koninkrijk Ayutthaya was overwonnen, hebben de bezetters de hele boel kort en klein geslagen. En wil je een boeddhist flink raken, maak je het hoofd van de boeddha (het meest belangrijke deel) kapot. Op deze manier werden de belangrijke religieuze plaatsen van de bevolking ontheiligd. Daarnaast waren de hoofden vaak deels van kostbare metalen (denk aan goud) dat de bezetters maar al te graag wilden hebben. Mooie bijkomstigheid was, dat dit een extra vernedering voor het volk betekende.

De beelden die ze wel lieten staan, zijn later ten prooi gevallen aan plunderaars. Deels voor het edelmetaal en eventuele edelstenen, en anders wel om de hoofden als kunstvoorwerpen te verkopen op de internationale illegale kunstmarkt. In ieder geval één hoofd heeft deze plunderingen overleefd. Waarschijnlijk was het wel in eerste instantie geroofd, maar heeft men het laten vallen toen de rovers op de vlucht sloegen. Vervolgens is dit boeddhahoofd overgroeid door een Banyan-boom. Voor de boom is een zitplaatsje gemaakt voor alle mensen die een selfie willen maken met dit bijzondere fenomeen. Je mag dat namelijk niet staand doen, want dan toren je boven hem uit. Als simpele mens moet je uit respect voor Boeddha zelf altijd kleiner zijn dan Hij.

Wat Ratchaburana

Naast de Wat Mahathat ligt de Wat Ratchaburana. Na wat omzwervingen en uitgebreid een heerlijke ijskoffie te hebben verorberd, gingen we hier naar binnen. Hier was een prang waar je zowaar naar binnen kon. De meeste bouwwerken mag je niet beklimmen en zijn al helemaal niet van binnen toegankelijk. Binnen, tegen het houten plafond, nestelde een kolonie vleermuizen.

We leerden later, in het museum, dat zich onder deze prang een aantal enorme kryptes bevonden. Ondergronds en in de enorme basis waarop zowel de toren als de rest van de tempel was gebouwd. Wel drie verdiepingen hoog, bestaande uit verschillende kamers waarin grote hoeveelheden heiligdommen waren opgeslagen. Waaronder relieken van de boeddha zelf, gevat in een mini-stoepa bestaande uit maar liefst 7 verschillende lagen. Maar ook gouden versierselen en beeldjes.

Waarom werd er zo veel begraven onder de stoepa of prang? Dat had verschillende religieuze betekenissen. Vooral symbolisch, om aan te geven dat rijkdom ondergeschikt is aan spiritualiteit. De schatten weerspiegelden de rijkdom en overvloed van de kosmos, verborgen in het universum van de stoepa. Maar de offers van goud en edelstenen gaven mensen ook karma-punten en verschaften de koning legitimiteit in zijn heerschappij.

Daarnaast lagen de juwelen ook wel erg veilig, onder zo'n heiligdom. En dat blijkt. De inhoud van deze kryptes heeft gelukkig vrijwel alle plunderingen doorstaan en is tegenwoordig te bewonderen in het Chao Sam Phraya National Museum, dat op een steenworp afstand staat. Wij hebben ons daar vergaapt aan de enorme rijkdom die er tentoongesteld was.

Wat Phra Si Sanphet  en Wang Luang

De laatste locatie die we bezochten was het oude koninklijk paleis van Ayutthaya. Net als het koninklijk paleis in Bangkok, ligt het naast een enorm tempelcomplex, met speciale koninklijke hallen en gebedsruimten. Van deze tempel stond nog het meeste overeind van alle tempelruïnes die we bezocht hebben. Een aanzienlijk deel van het stuccowerk aan de buitenkant van de prangs was nog redelijk intact. Indrukwekkend om te zien. En het geeft je een beter idee hoe enorm rijk versierd de gebouwen geweest moeten zijn in hun gloriedagen. Terwijl we er waren, ging de zon langzaam onder en een voor een gingen de lantaarns aan.

De locatie van het oude "grand palace" (Wang Luang) was echter niet veel meer dan een uitgestrekte steppe met verschillende half opgegraven funderingen van gebouwen. Koning Rama I heeft het huidige Grand Palace in Bangkok gebouwd als kopie van het oude paleis in Ayutthaya. Later speelde Koning Monkhut, Rama IV, met het idee een deel van het oude paleis in Ayutthaya te herbouwen. Hij wilde er boeddhabeelden neerzetten die pasten bij de geboortedata van de koningen van weleer. Ook zijn zoon Chulalongkorn, Rama V, heeft dit idee verder laten onderzoeken, maar het is er nooit van gekomen. de plaats van het paleis wordt nog wel gebruikt voor heel speciale gebeurtenissen van het koningshuis. Zo werd er in 1988 gevierd dat Bhumibol de Grote, Rama IX, langer op de troon zat dan Chulalongkorn.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.