Na het ontbijt namen we na 4 dagen afscheid van ons lekkere hotelletje in Sukhothai (een slaapkamer met een hemelbed; welk meisje wil dat nou niet?). De tuktuk bracht ons door de warme wind naar het busstation waar we op de bus stapten naar Lampang. Deze provinciestad in het noorden van Thailand zou ook het een en ander aan moois te bieden hebben. En we wilden niet helemaal naar Chiang Mai of Chiang Rai doorreizen, in verband met de slechte luchtkwaliteit. Straks, na de moesson van juni, zou de lucht moeten opklaren. Maar daar kunnen we niet op wachten. Chiang Mai (een toeristische hotspot in Thailand) moet dan maar wachten op een ander bezoek.
Slechte luchtkwaliteit
Helaas kunnen we merken dat de luchtkwaliteit ook hier in Lampang niet zo best is. Daarvoor zijn verschillende oorzaken. Om te beginnen is het nu het droge seizoen, ook wel het brand-seizoen. Op veel landbouwgronden wordt onkruid en andere ongewenste begroeiing weggebrand, wat misschien wel goed is voor de vruchtbaarheid van de bodem, maar ook voor een enorme smog zorgt. Ook komt het nog voor dat bossen in brand gestoken worden om de grond vrij te maken voor landbouw. Tenslotte speelt het gebruik van fossiele brandstoffen een grote rol.
We zien hier in Lampang nog weinig zonnepanelen en het verkeer rijdt hier grotendeels op benzine en diesel. Bovendien staat hier vlakbij de grote elektriciteitcentrale (Mae Moh, 2400 MW) die draait op bruinsteenkool. De Mae Moh-mijn in Lampang is de grootste bruinkoolmijn van Thailand en de aangrenzende centrale gebruikt deze bruinkool direct om elektriciteit op te wekken. Verbranden van bruinkool levert meer uitstoot van CO2, zwavel en fijnstof op en is een bron van luchtvervuiling en gezondheidsproblemen. Regen zou kunnen helpen om luchtvervuiling te verminderen, maar dat valt nu in het droge seizoen nauwelijks. Wind zou kunnen helpen luchtvervuiling te verspreiden, maar Lampang ligt in een bekken omringd door bergen. Deze natuurlijke “kom” houdt lucht vast en belemmert de verspreiding van rook en fijnstof. Het gevolg is dat de luchtkwaliteitsindex AQI in Lampang nu op een ongezond niveau ligt (overdag rond de 170). Je kunt dat overdag ruiken en 's avonds ook zien: tegen zonsondergang kun je gewoon recht tegen de zon inkijken. Wat dat betreft is het fijn dat we hier maar een paar dagen zijn.
Baan Kij Serii
In Lampang streken we neer in een authentiek en klein hotelletje, eigenlijk een herberg. Het huis staat al een jaar of 80 op steenworp afstand van het station van Nakhon Lampang, wat een van de oudste stations van Thailand is. Het werd gebouwd in 1915 en werd in gebruik genomen met de komst van de eerste koninklijke trein in 1916.
Net als het station, is ons hotel gebouwd in typische Noord-Thaise stijl, maar dan met Chinese invloeden. Toen we aankwamen, leek alles dicht te zijn. We belden aan, en even later ging toch een deur open. We werden welkom geheten door 3 generaties. Natuurlijk hadden ze een kamer voor ons.
Binnen in het hotel keken we onze ogen uit. Het pand lijkt wel een museum waar de tijd heeft stilgestaan. De kamers sturen je terug in de tijd met hun inrichting. Er staan oude televisies, oude naaimachines en enorm veel foto's aan de muur van voorgaande generaties. En foto's van het bezoek dat de jongere zus van koning Rama X, prinses Sirindhorn, in het eerste coronajaar bracht aan dit hotel. De vader van de huidige eigenaar was arts, en had de prinses in het ziekenhuis behandeld. Ze kwam lamgs om het persoonlijk te bedanken. Een paar stoelen in het huis zijn afgeschermd met een touw, omdat daar de koninklijke derrière van de prinses op heeft plaatsgenomen.
Het huis zelf was ooit gebouwd als familiehuis met 13 kamers (het gezin had acht kinderen), maar werd na een renovatie in gebruik genomen als hotel. De eigenaars/het personeel zijn heel vriendelijk en behulpzaam. We voelen ons hier zeer welkom en genieten van de bijzondere sfeer van het pand.
\
Pickup trucks
Het was ons in Bangkok al opgevallen, in Sukhothai nog meer en hier in Lampang weer: de enorme hoeveelheid pickuptrucks in het straatbeeld. Ze zijn er in allerlei soorten en maten, met open bak, met een opbouw, met enkele cabine, met dubbele cabine en met allerlei speciale aanpassingen. Naar schatting een derde van alle auto's hier is een pickup, veel Toyota Hilux Revo varianten en Isuzu D-max, die samen zo'n 75% van de markt in handen hebben. Daarnaast zie je de Ford Ranger, de Mitsubishi Triton, de Nissan Navara, de Mazda BT-50, de Suzuki Carry. Chinese merken zoals MG en GWM proberen de markt te betreden maar hun aandeel is nog heel klein.
Pickups zijn erg populair in Thailand vanwege de belastingvoordelen die ze geven, net zoals bij ons het grijze kenteken. Ze worden dan ook zowel voor privé als voor werk gebruikt. We hebben ze gezien als Taxi, als ziekenauto, als aannemersauto (in plaats van een busje) en natuurlijk als auto voor de fun tijdens het Songkran festival. De meeste grote fabrikanten (Toyota, Isuzu, Mitsubishi, Nissan en Ford) hebben ook de fabricage van pickups in Thailland geconcentreerd. Thailand staat dan ook wereldwijd bekend als de pickup-hub. Elektrische pickups zijn er al wel, maar zijn we hier (nog) niet tegengekomen.
Geesteshuisjes
Tijdens de busrit van Sukhothai naar Lampang vielen ze ons op in tuinen langs de kant van de weg: geesteshuisjes. Ze lijken een kruising te zijn tussen vogelhuisjes en privé tempeltjes. Tijd om uit te zoeken waar we precies mee te maken hebben.
Het geloof in geesten is het het animisme, het geloof dat geesten en spirituele krachten aanwezig zijn in de natuur, huizen en objecten. In Thailand is het animisme, dat van oorsprong niet boeddhistisch is, in de loop der tijd verweven met boeddhisme en hindoeïstische tradities. De essentie is dat op elk stuk land een geest woont. Wanneer er een huis of ander gebouw wordt neergezet wordt de oorspronkelijke bewoners van hun grond verjaagd. Het geesteshuisje dient dan als een nieuw en comfortabel onderkomen voor hen. Door goed voor de geesten te zorgen met offers zoals bloemen worden de geesten gunstig gestemd, beschermen ze tegen ongeluk en brengen ze voorspoed, geluk en gezondheid. Wordt de geest verwaarloosd dan kan dat tot tegenslagen leiden.
Er zijn verschillende soorten geesteshuisjes. De twee bekendste typen zijn de San Jao Tii (een heiligdom van plaats) en de San Pra Poon (een heiligdom van de beschermende geest). De San Cha Tii is het oudste type en staat op vier palen en ziet er uit als een traditioneel Thais huis om de landgeest tevreden te stellen. De San Pra Phum staat op een hoge pilaar en lijkt op een boeddhistische tempel met een torenspits (prang) en is bestemd voor de Phra Phum, de beschermgeest van het land en de woning. Vaak staan deze twee typen naast op elkaar op een erf. De inrichting bestaat vaak uit beeldjes van bedienden, danseressen of dieren zoals olifanten, die de geesten moeten vermaken en gezelschap houden.
Reactie plaatsen
Reacties