Na twee dagen verhuisden we van het Hilton naar een wat bescheidener hotel. Terwijl we in de taxi door de stad reden, keken we al onze ogen uit. We zagen, veel meer dan de vorige dag, de meest fantastische bouwwerken voorbij komen. We vonden het hoog tijd om op verkenningstocht te gaan. Maar eerst besloten we een duik te nemen in het zwembad. Bij gemiddeld 37 graden is dat wel heerlijk. Vanuit het zwembad hadden we uitzicht op de rivier. Naast het hotel zagen we een hoge paal met een draak staan. Dat prikkelde natuurlijk de nieuwsgierigheid.
Opgefrist en uitgerust gingen we op pad. De paal met de draak bleek te horen bij een Chinese tempel gewijd aan de godin Thap Thim, beschermheilige van zeelieden en reizigers in de oude Chinese volksreligies. Al in de 11e eeuw trokken er Chinezen naar Thailand, maar eind 19e eeuw kwam er een grote migratiegolf op gang, vooral uit de regio Chaoshan. Inmiddels wonen er zo'n 9,5 miljoen Thai-Chinezen in het land, ongeveer 14% van de de totale bevolking. Ze spreken in Bangkok veelal de Chinese taal Teochew die in China zelf door het Mandarijn wordt weggedrukt.
We kochten een doosje flower-cakes en keken rustig rond in de tempel. Er kwam een jongen op ons af die een beetje Engels sprak. Hij wilde ons wel begeleiden maar hij vond het erg moeilijk onze vragen te beantwoorden. Na een rondje door de tempel, besloten we maar verder te gaan.
Aan de overkant van de straat lag een boeddhistische tempel in kenmerkende Thaise bouwstijl. Wel aardig om te zien, maar deze viel in het niet bij de hoofdbestemming van de dag:
Wat Pho
Het was het eind van de middag en het begon al wat te schemeren terwijl we in de taxi zaten. De taxichauffeur zette ons af bij één van de vele ingangen van de tempel Wat Pho. We kochten toegangskaartjes en Jaklien kreeg een soort manteltje om haar schouders: Blote schouders zijn niet toegestaan in de tempel.
We stonden even met open mond om ons heen te staren. Pilaren versierd met gekleurde spiegeltjes en torens (Chedi) van top tot teen voorzien van geglazuurde aardenwerken bloemen. In een grote hal zagen we een enorm gouden beeld van een liggende boeddha. De muren van de hal waren van boven tot onder beschilderd. De voetzolen van de boeddha waren versierd met afbeeldingen in parelmoer.
Het werd langzaam donker terwijl we door het enorme complex liepen, door poortjes en langs Chedi's (ook wel bekend als Stoepa's). Het zijn er in totaal 91, in Wat Pho. We kwamen een viertal enorm grote Chedi's tegen. Deze vertegenwoordigen de eerste vier koningen van de Chakri-dynastie. Dat is het huidige koningshuis dat regeert sinds 1782. Ieder van de koningen heeft de ceremoniële naam Rama; de huidige koning is Vajiralongkorn (Rama X). Zijn vader was in Nederland bekender: Koning Bhumibol (Rama IX).
We liepen langs gallerijen waar honderden boeddha's stonden en zaten.
Langzaam werd het steeds rustiger in de complex. We dwaalden er nog rond langs Yaksha's (demon-reuzen) die de tempel bewaken om kwade geesten buiten de deur te houden en kwamen bij een grote hal waarvan de muren bedekt waren met muurschilderingen. Aan het einde zat Boeddha op een berg van goud. Hij torende hoog boven de gelovigen uit.
Voor de foto's was het misschien niet de beste tijd van de dag, maar wat betreft de sfeer kon het niet beter. Al die verlichte Chedi's en gebouwen, de stilte midden in de drukke stad, de grote beelden van mythische tempelbewakers overal. Het zorgde voor een magische sfeer. Maar het was inmiddels lang na de officiële sluitingstijd, en we kwamen ook al even geen andere bezoekers meer tegen. Het was dus tijd om een uitgang te zoeken en een hapje te gaan eten.
Reactie plaatsen
Reacties