Volgende stop op onze rondreis was de stad met de bijzondere naam Vijayawada. Mensen die we eerder al tegekwamen, maakten instemmende geluiden als we zeiden dat dat onze volgende stop zou zijn, dus de verwachtingen waren hooggespannen. Er zouden diverse tempels zijn, en we vonden ook het een en ander aan grotten in de buurt, dus dat zou zeker een bezoek van twee dagen rechtvaardigen. De treinreis vanaf Warangal duurde een kleine vier uur. We waren ruim voor de schemering in Vijayawada, en besloten dan ook eerst een stukje te gaan lopen. Het eerste dat ons op viel, was dat er verschillende fonteinen waren, die ook daadwerkelijk water bevatten en sierlijk de lucht in spoten. De stad ligt aan de Krishna-rivier en er lopen ook diverse kanalen door de stad, dus water genoeg voorhanden.
Ook zagen we continue straatvegers bezig, wat resulteert in een behoorlijk schone stad. Ook een erg prettige bijkomstigheid. Het parkje met beelden gemaakt van afval, dat vlak bij het hotel lag, was erg grappig om te zien. Maar onze wandeling liep verder. Terwijl de avond viel, kwamen we bij "eat street". Zoals de naam al aangeeft, een straat met aan weerszijden allerhande eetstalletjes waar een enorm assortiment aan voedsel te verkrijgen is. Toen wij er langs liepen, waren nog niet alle stalletjes open. Maar we hadden inmiddels best wel honger gekregen, en besloten toch maar vast wat te eten. Later op de avond, toen het donker was, zagen we dat het nog veel drukker en gezelliger was geworden.
Grot-tempel van Undavalli
De volgende ochtend staken we de rivier over, op zoek naar de uit de rots gehakte tempel van Undavalli, een dorpje zo'n 6 kilometer verderop. Voor zover men kan nagaan, werd al in de 6e eeuw begonnen met het uithakken van deze tempel van vier verdiepingen. De onderste verdieping was vrij ruw uitgehakt, en woonplaats van tientallen, misschien wel honderden kleine vleermuisjes. Er klonk een geërgerd gepiep toen wij ze ontdekten en een paar foto's maakten. De trap op naar boven bracht ons naar een zaal met pilaren. Waarschijnlijk een hal voor samenkomsten. Nog een trap hoger bevinden zich enkele godsbeelden en gebedsplaatsen. De pilaren in deze ruimte zijn versierd met afbeeldingen. En hier zijn de beelden gelukkig niet kapot gemaakt, ondanks dat ook dit deel van India onder de Qtub Shahi-dynastie is gevallen, en later onder de Moghuls en de Nizam van Hyderabad.
In een aparte ruimte op deze verdieping ligt het grootste beeld van de tempel: Een vijf meter lang beeld van de god Vishnu die ligt te slapen op de slang Adishesha. Dit beeld is niet uit de muur gehakt, maar gemaakt van één enorm blok basalt. Hoe dat ze dat op die plaats hebben gekregen.....
Deze houding, ook wel Anantashayana (ananta=slang, shayana=rustplaats) genoemd, symboliseert Vishnu als beschermer van het universum. Hij ligt te rusten tussen twee creaties in. We herkenden ook Garuda, het rijdier van Vishnu. En uit zijn navel groeide een lotusbloem met daarop de god Brahma.
Vóór de tempel zitten enkele figuren die in de verte kijken, alsof ze op wacht zitten. Daarnaast staan enkele leeuwenbeelden, die (volgens de security-guard) pas later zijn geplaatst.
De trap naar de vierde verdieping was helaas afgesloten, waarschijnlijk is het boven te gevaarlijk. We konden nog een klein stukje langs de bergwand wandelen en kwamen bij een kleine Hanuman-tempel die lang niet zo gedetailleerd was als de grote tempel. Deze plaats maakte ons wel weer stil van bewondering en respect.
Kanaka Durga Hill Temple
De grootste tempel van Vijayawada is de Durga tempel die op een heuvel ligt. We zagen hem al van verre en besloten daar ook maar een kijkje te nemen. Natuurlijk moesten ook hier de schoenen weer uit, en moesten we onze mobieltjes in bewaring geven voordat we naar binnen mochten. De ingang was via een gebouw, waar we zeven verdiepingen naar boven klommen. Daarna nog een stukje over een pad, tot we er waren. Het tempelcomplex was inderdaad enorm groot. In de hoofdtempel werden we uit de rij gehaald, en kregen weer een korte VIP-behandeling. We mochten helemaal vooraan staan om het beeld te bekijken. Het beeld en de ruimte waarin het stond waren helemaal verguld en verzilverd. Het glitterde op z'n best. Achter ons was een gelovige duidelijk geërgerd omdat we in zijn uitzicht stonden en zo zijn gebed verstoorden, dus we hielden het kort. Daarna hebben we nog een tijdje rondgedwaald. We kwamen bij een Ganesha tempeltje, waar we werden aangesproken door een jongeman die trots vertelde dat hij volgend jaar in Europa gaat studeren. Het dwalen duurde en duurde, want hier boven was het een waar doolhof. We waren helemaal onze oriëntatie kwijt: waar waren we naar boven gekomen en waar moesten we dus heen om onze schoenen en telefoons weer op te halen? De eerste trap die we afdaalden, ging helemaal verkeerd. We werden weer naar boven gestuurd. Daar kwamen we nog en tempeltje van Shiva, en vooral de slangengod, tegen.
We wilden weer de verkeerde kant op gaan, maar werden door personeel richting een duistere trap gestuurd. Bovenaan de trap stonden twee leeuwenbeelden die helemaal oranjerood. Gelovige hindoes gebruiken rood poeder, Sindoor genaamd, om een stip -de tilak- op het voorhoofd te zetten. Dit poeder wordt ook vaak aangebracht op de (goden)beelden. Deze leeuwen hadden ook hun deel wel gehad, en werden net schoongespoeld. De trap die wij moesten afdalen was al oranjerood van alle voorgaande keren dat dit gebeurde, en nu ook kleddernat met oranje smurrie. Treetje voor treetje gingen we naar beneden. Op de trap zaten her en der vrouwen offerborden klaar te maken, kaarsjes te branden en de trap te versieren. En onderaan de trap zaten nog wel honderd dames hetzelfde te doen.
We hinkstapsprongen door de op de grond gezeten mensen heen, tot we bij de mobieltjesbalie waren. Even later hadden we ook onze schoenen weer in de hand. Onze voeten waren ongelooflijk vies en onze voetzolen zijn nog dagen oranje-geel gebleven.
Reactie plaatsen
Reacties