Het Vijayanagara-rijk

Gepubliceerd op 15 maart 2026 om 20:30

Het Vijayanagara-rijk werd gesticht in 1336 door de broers Harihara I en Bukka I. Beiden waren warlords met een goede staat van dienst in gevechten tegen de troepen van de sultans uit het noorden. Onder hen en hun nakomelingen breidde het koninkrijk zich uit over het grootste deel van zuid India. De hoofdstad werd gevestigd in Anegondi, ten noorden van de rivier de Tungabhadra. De sultans uit het noorden bleven echter aanvallen, waardoor de hoofdstad verplaatst werd naar het zuiden van de rivier, en werd Hampi. De regio was al erg belangrijk, omdat volgens de overlevering van de Ramayana hier het apenkoninkrijk zou hebben gelegen. Ook zijn er veel plaatsen waar de god Rama tijd zou hebben doorgebracht. Dat was ongetwijfeld een van de redenen waarom de hoofdstad in deze noordwestelijke uithoek van het enorme rijk lag. Het was het eerste rijk dat het Hindoeisme als verboindende factor voor zijn inwoners gebruikte.

Behalve de vele tempels die op deze gewijde gronden verrezen, werden er natuurlijk ook paleizen gebouwd. Voor deze wereldlijke gebouwen werden Perzische architecten en bouwmeesters aangetrokken, omdat zij al een superieure kennis hadden van bouwen op zo'n manier dat er prettig in vertoefd kan worden. Die Perzische invloeden zijn in een aantal stenen gebouwen duidelijk terug te zien.

De meest succesvolle van de Vijayanagara-heersers was Krishnadevaraya. Hij leefde van 1471 tot 1529, en heerste van 1520 tot aan zijn dood. Hij wordt nog steeds als een belangrijke figuur uit de Indiase geschiedenis gezien.

Het koninklijk paleis

De zon brandde ons genadeloos op het hoofd toen we de vlakte van de koninklijke vertrekken bezochten. Hier stonden geen gebouwen meer overeind, omdat alleen de funderingen van steen waren; de rest was uit hout opgetrokken geweest. Toch was ook hier nog van alles te zien. Er stond nog een groot podium, waar de koninklijke familie tijdens grote festivals kon zitten om te kijken en bekeken te worden. De voet van dit podium was ook weer versierd met olifanten, jachttaferelen en andere alledaagse situaties en dieren. Ook de koning en de apenkoningen stonden veelvuldig afgebeeld. Van boven op het podium, hadden we een mooi zicht over de stoffige vlakte met de zichtbare funderingen en twee baden met hun watertoevoer. Het 

ene bad was de Pushkarini stepwell, pasbegin deze eeuw herontdekt en opgegraven en gerestaureerd door de archeologen, en helemaal opgetrokken uit zwart graniet. Hier stond nog water in. Het tweede bad stond leeg. Dit was een gemeenschappelijke bad geweest. Ze wisten dus al in de middeleeuwen hoe ze (grote) zwembaden moesten aanleggen.

Een stukje buiten het paleizencomplex lag nog het koninginnenbad. Een bad aangelegd in Perzische stijl en helemaal opgetrokken uit steen, waar de twee vrouwen van Krishnadevarya en hun hofhuishouding zich konden wassen en konden ontspannen zonder last te hebben van pottenkijkers.

Aan de andere kant van het hoofdcomplex lag nog een ommuurd vrouwencomplex, met enkele wachttorens en een bijzondere tempel: de Lotustempel. Weer een gebouw in Arabische stijl. Daar vlakbij lagen de (vermoedelijke) olifantenstallen. Dit is dat ándere beroemde bouwwerk van Hampi, naast de stenen tempelwagen. Het staat nog redelijk intact overeind. Toen we er rondliepen, merkte Simon op dat de olifanten in ieder geval lekker koel gehuisvest werden. Natuurlijk wilde iedereen ook deze stallen fotograferen, dus het was nog lastig geen andere toeristen op de foto te zetten. Maar dat is uiteindelijk gelukt.

Op zo'n dagje rondlopen in de hitte, verschalken we toch minstens 4 liter water met ons tweeën. 

Waterwerken

Vijayanagara wordt door veel historici beschouwd als de grootste stad ter wereld in de 16e eeuw, met naar schatting 500.000–600.000 inwoners. Rond 1500 was het groter dan Londen, Parijs of Beijing en gold het als een van de rijkste en meest kosmopolitische steden van Azië. Om de bevolking te voeden was er veel voedsel nodig. Er werd tijdens het Vijayanagara-rijk een netwerk van irrigatiekanalen en aquaducten gebouwd. Ze verbinden alles, van tempels tot paleizen tot tanks tot rijstvelden. De waterbouwkundige kennis van Vijayanagara werd verrijkt door Perzische en Arabische invloeden via handel en culturele uitwisseling. Het resultaat was een van de meest geavanceerde irrigatiesystemen van zijn tijd. Veel van de aangelegde waterwerken zijn nog steeds (opnieuw) in gebruik.

Het Kamalapur-meer bij Hampi werd aangelegd tijdens de regeerperiode van Devaraya II, tussen 1420 en 1446. Het meer heeft een maximale omvang van ca. 2 km² oppervlakte en een diepte tussen de 5 en 8 meter, wanneer het volledig gevuld is tijdens de moesson. Het Kalamapurmeer ligt hoger dan Hampi. Je kunt het zien als een groot reservoir met granieten bekleding. Vanuit het reservoir worden kanalen en aquaducten (zoals het Bukka aquaduct en het aquaduct naar de Pushkarini stepwell) gevuld. Ze zorgden zowel voor de irrigatie van landbouwgronden als voor de watervoorziening van de koninklijke stad. Het is er overigens oppassen geblazen: In het Kalamapurmeer zijn moeraskrokodillen te vinden.

Kalamapurmeer

Rijstvelden tussen de granieten rotspartijen

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.