Nederlandse Vestiging van Suratte

Gepubliceerd op 13 februari 2026 om 19:20

We zijn weer wat verder afgezakt naar het zuiden, weer wat graadjes warmer (ongeveer 34 graden). Maar we hebben genoeg mogelijkheden om patriottisch te zijn hier in India. Om te beginnen het T20 wereldkampioenschap cricket, natuurlijk. Maar hier in Surat ligt echt een stukje Nederlandse geschiedenis.

De VOC had hier een handelspost, van 1616 tot 1825. Dat is langer dan dat ze in Kochi hebben gezeten, om maar een zijstraat te noemen. Echt iets voor ons om eens lekker in te duiken en te onderzoeken.

De Nederlandse, Armeense en Britse begraafplaatsen

Als eerste bezochten we de Nederlandse begraafplaats, waar monumentale tombes zijn gebouwd. Het verhaal gaat, dat de Nederlanders van de VOC een soort competitie aangingen met hun Britse evenknieën van de East India Company over wie de meest indrukwekkende monumenten voor zijn overledenen bouwde, om zodoende de meeste indruk te maken op de lokale bevolking. De Britse begraafplaats is wel bekend, ondervonden we. De Nederlandse een stuk minder. We coachten onze tuktuk chauffeur de goede kant op, met dank aan Google maps. Vergenoegd stapten we het poortje door, de begraafplaats op. De Nederlandse en Armeense begraafplaatsen liggen naast elkaar. De Nederlanders waren hier om te 

handelen, natuurlijk, dat wisten we al. Maar waarom een Armeense begraafplaats? Waarschijnlijk hebben Armeense handelaren zich in Surat gevestigd op uitnodiging van de Britten. Dat is tenminste het meest concrete wat ik zo gauw heb kunnen achterhalen. 

Het Nederlandse deel bevat een aantal zeer mooie grafmonumenten, of mausolea. De grootste behoort toe aan Hendrik Adriaan Baron van Reede, die stierf op weg van Kochi naar Surat. In het bouwwerk hangt een plakkaat ter zijn herinnering, maar ook twee houten plakkaten met andere namen. Om deze te kunnen zien, moesten we inbreken in de tombe. Bij één raam was het gaas al weggeknipt, dus Simon wenkte mij. Aangezien ik de kleinere ben van ons twee, en hij de sterkere, zou hij mij helpen door het raam naar binnen te klimmen. Eenmaal binnen, kon ik goede foto's maken van de inscripties. Voor de rest hebben we erg weinig aanduidingen of inscripties kunnen vinden op deze begraafplaats. Het leek wel of ze expres verwijderd waren. Veel graven leken voorzien waren van een vers laagje stucwerk en een sausje verf, zo glad waren ze.

De Armeense begraafplaats is veel soberder van aanpak en lay-out. Grafstenen voorzien van teksten, en een enkele versiering, vaak van vogels of bloemen. In de hoek van de begraafplaats staat een kapelletje, waarin de hoogste hotemetoot begraven ligt. Verder is het een kale vlakte tussen de betonnen hoogbouw die de beide begraafplaatsen omringd.

Toen we op weg gingen naar de Britse begraafplaats, een halve kilometer verderop, werden we aangesproken door een man op een scooter. Waarschijnlijk vroeg hij zich af wat wij in die buurt dede, want hij wees ons, zonder dat we er om gevraagd hadden, de richting van de Britse begraafplaats aan. In tegenstelling tot de Nederlandse beraafplaats, was deze al van verre te herkennen, aan de groene oase tussen alle gebouwen. Direct bij binnenkomst was al te zien, dat de Britten de wedstrijd wel gewonnen zullen hebben. Links en rechts van de ingang stonden een waar paleis en zo ongeveer een kathedraal als mausolea. Bovendien waren de inscripties op de graven vaker duidelijk leesbaar. Wat ons verder op viel, was dat alle graven hier genummerd waren; zelfs de graven die aan de oppervlakte zo goed als verdwenen waren. 

Mogelijk is dit dank zij Alexander Cunningham, oprichter van de Archeological Society of India. Voor de Britten waren hun eigen begraafplaatsen ongetwijfeld belangrijker dan andere. Alle drie de begraafplaatsen vallen onder de ASI, maar het is duidelijk dat die andere prioriteiten heeft, gezien de toestand van de vele praalgraven hier.

Surat Fort 

Aan de oevers van de rivier de Tapti ligt Surat fort.  Muren van zo'n 18 meter hoog rijzen op vanaf de straat, nog hoger vanaf de rivier. Het bouwwerk is begonnen in 1372 tijdens de heerschappij van de Tughlaq-dynastie. Maar het bleek niet bestand tegen de doorlopende aanvallen van de Portugezen, die in de 16e eeuw India hadden ontdekt als belangrijke handelsmarkt. Dus in de 16e eeuw beval de Sultan van Gujarat dat het fort versterkt most worden.  Dit heeft wel gewerkt. Surat werd een rijke stad dankzij handel in specerijen, textiel, edelstenen en ivoor. Ook werd het een punt voor moslims om de hadj naar Mekka te maken vanuit India.

In 1759 wisten de Britten het fort te veroveren, en verbouwden het voor hun doeleinden. Vanaf dat moment had de East India Company het voor het zeggen in Surat. De Nederlandse handelspost kon gewoon blijven opereren, onder Britse bescherming.

Tijdens de Britse overheersing is het fort gedurende lange tijd eigenlijk als opslagruimte gebruikt. Maar begin 19e eeuw hebben ook zij het fort verlaten, en werd het aan de elementen overgelaten. Tot in 2015 herstelwerkzaamheden begonnen. De gemeente Surat heeft het goed aangepakt. Tijds de uitgravingen van het fort, het lag bedolven onder meters puin en grond, zijn ten minste drie verschillende bouwperiodes aangetroffen: Tughlaq, Mughal en Brits-Nederlands. De renovatie is grondig uitgevoerd en goed gedocumenteerd, wat heeft geresulteerd in een zeer uitgebreid bezoek aan het fort. 

De expositie over de geschiedenis is duidelijk en chronologisch  (én in het Engels). In ieder gebouw is te zien hoe het fort er aan toe was vóór de renovatie, wat ze hebben gedaan en hoe het geworden is.

Vóór 2015 was het fort overwoekerd, bomen groeiden door de torens heen, daken waren ingevallen, muren afgebrokkeld. En nu staat er een schitterend gebouw met daken van rode muldenpannen, houten zonneschermen boven deuren en ramen, herstelde kozijnen. De torens zijn in oude glorie en op ouderwetse wijze hersteld. De bewakers, die overal in het fort op hun plastic stoeltjes zitten, zorgen ervoor dat iedere bezoeker de juiste route door het fort volgt. Dit druist een beetje in tegen onze eigenwijsheid, maar op deze manier mis je ook niks.

Na het bezoek aan Surat Fort zijn we nog naar de Dutch Garden gewandeld. Een plantsoentje op de rivieroever, een kleine kilometer verderop. Gelegen aan Dutch Road, waarschijnlijk in de buurt van het oude Nederlandse Logies in Surat, waar de handelaren van de VOC verbleven tijdens hun werkzaamheden in de stad. Het handelshuis zelf is helaas helemaal verdwenen. Wat rest zijn een paar grasveldjes en wat stenen bankjes die over de rivier uitkijken, allemaal gevuld met romantische stelletjes.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.