Verkwikt na een goede nacht slaap in ons nieuwe hotel –na de eindeloos lijkende reis naar Agra waren we allebei gevloerd. De trein had tweeënhalf uur vertraging opgelopen—gingen we op pad. Het hotel is een nogal een downgrade ten opzichte van het vorige, maar het bed is prima!
Agra, de stad van de Taj Mahal. En van Agra Fort (de voorloper van het rode fort in Delhi). En het is maar goed dat het hotel dat Simon uitgekozen heeft goedkoop is, want voor de rest betaal je hier een beste prijs. Behalve de metro, die is supergoedkoop.
De tuktuk naar de Taj Mahal vroeg al een behoorlijke prijs, gezien het kleine stukje dat we moesten rijden. We hadden ook kunnen lopen, maar dan zouden we al weer minder puf hebben bij aankomst, dus toch maar gedaan. Na aankomst werden we aangesproken door een gids, hij liet zijn officiële pasje zien van de Archeological Survey of India, de overheidsorganisatie die de vele bijzondere en oudheidkundige sites van India beheert. We twijfelden even. Maar besloten voor de verandering een keer gebruik te maken van de geboden diensten.
Een monument voor de liefde
De Taj Mahal. Het iconische gebouw wat iedereen kent, een monument van de liefde. Gebouwd door Shah Jahan voor zijn geliefde (derde) vrouw Mumtaz Mahal die hem 14 kinderen gaf. Ze stierf tijdens de geboorte van het veertiende kind (17e, als je de miskramen meetelt). De Shah was gebroken van verdriet, en gaf opdracht tot de bouw van een herinneringsplek voor haar, om zo de onsterfelijkheid van zijn liefde voor Mumtaz te betonen. Het mausoleum werd ontworpen in volmaakte symmetrie, en van wit marmer gebouwd en was zo een weerspiegeling van het paradijs.
De bouw duurde 22 jaar, en dagelijks werkten er 2000 vaklieden aan het wereldwonder. Na zijn dood, werd Shah Jahan naast zijn vrouw bijgezet in de grafkamer. De naam Taj Mahal betekent “paleis van de kroon” (de laatste rustplaats van de koningin) of “kroon van het paleis”, waarbij Taj = de kroon van Mumtaz Mahal (=paleis). Net hoe je het wil uitleggen.
Tegenwoordig is het, als Unesco werelderfgoed één van de zeven moderne wereldwonderen, en wemelt het er van de toeristen uit alle windstreken. Waaronder wij.
De weg naar de Taj liep voor ons onder een tweetal poorten door, die op zich al mooi zijn. Eerst de oosterpoort naar het voorterrein, dan door de schitterend versierde ingang naar de tuinen, de Darwaza-i-Rauza. Deze poort maakte al indruk op ons. Daar doorheen zagen we de Taj Mahal zelf. Het witte paleis lag te schitteren in de zon, die net door de mist heen was gebroken. Onaards helder onder een staalblauwe hemel. Die eerste blik op dat perfecte gebouw in de verte deed de adem in mijn keel stokken.
Niet alleen het gebouw is helemaal symmetrisch, ook de ervoor aangelegde tuin is perfect gespiegeld. Tijdens de bouw werd verzonnen dat er ook een moskee moest komen. Deze werd gebouwd aan de westkant van de Taj. Om de symmetrie te behouden, werd aan de andere zijde een tot in detail gespiegeld gebouw gebouwd, dat –bij gebrek aan beter—een gastenverblijf werd genoemd. Voor een moskee staat het de verkeerde windrichting op.
Onze gids, “You can call me Singh”, bracht zijn geld wel op, met allerlei van dit soort details. En verder heeft hij een uitgebreide fotoserie van ons gemaakt. De Taj Mahal, als ultieme symbool van de eeuwigdurende liefde, is een geliefd doel voor een huwelijksreis, of voor jonge stellen die verliefd zijn. Zo leek het voor ons wel een tweede huwelijksreis. Maar het moet gezegd: er zitten een aantal heel mooie plaatjes bij.
Agra Fort
Na ons bezoek aan de Taj Mahal heb ik mij nog laten verleiden tot het kopen van een mooi souvenir door een marmer-bewerker, die claimde dat zijn voorvaders nog aan de bouw van het mausoleum (het voelt gewoon disrespectvol om het zo te noemen, maar dat is wel wat het is) hebben gewerkt. Heel trots zei hij dat hij 14e generatie marmerwerker was. Hoewel Shah Jahan schijnbaar zijn best heeft gedaan om het de concurrentie onmogelijk te maken om zijn droomwerk na te maken, door de vakmensen op te sluiten na het voltooien ervan, hadden deze mannen hun vak allang doorgegeven aan hun zoons. Hierdoor is Agra nog steeds de marmerhoofdstad van India, of zelf van de wereld.
Hierna besloten we te wandelen naar Agra Fort, zo’n drieënhalf kilomet verderop. Maar halverwege gaven we daar de brui aan. We stonden voor metrostation Taj Mahal, en het volgende station zou Agra Fort zijn. De keuze was snel gemaakt, en we lieten ons -ondergronds- rijden naar onze eind bestemming.
Toen we weer in het daglicht liepen, doemden de 21 meter hoge muren van Agra Fort al voor ons op. Hoewel verschillende gidsen ons op het hart bleven drukken dat wij zonder hen het Fort niet zouden snappen, hebben we volgehouden en zijn lekker op eigen houtje naar binnen gegaan. We hadden nog een kleine 2 uur voor sluitingstijd.
Agra Fort is de voorloper en grote broer van het Rode Fort in Delhi. Sikander Lodi (die naam kwamen we in Delhi al tegen) verhuisde in de 15e eeuw van Delhi naar het al bestaande fort in Agra, waardoor het een tweede hoofdstad werd. In de 16e eeuw werd het sultanaat verdreven door de Moghuls. De moghul keizer Akbar de Grote is vervolgen begonnen een
nieuw fort te bouwen. Later woonde zijn zoon Jahangir er regelmatig gedurende zijn regeerperiode. En vervolgens Shah Jahan, die zijn residentie weer (gedeeltelijk) terug naar Delhi verhuisde, naar het door hem gebouwde Rode Fort.
In eerste instantie leek het ons dat er maar twee grote gebouwen stonden. Maar we gingen het ene gebouw, de Diwan-i-Am, de audiëntiezaal van Shah Jahan, binnen. En door een doolhof van zalen, woonvertrekken, tuinen en hoven liepen we uiteindelijk via de Jahangiri Mahal, het oorsponkelijke paleis van Akbar de Grote, weer het voorterrein in het fort op.
In de tussentijd liepen we door de marmeren privémoskee van de keizer, over terrassen die uitkeken over de Yamuna-rivier, een persoonlijke audiëntiekamer met uitbundige versieringen, de verblijven van de harem van Akbar, en het met rijkelijk gesneden en ingelegde marmeren privépaleis van Shah Jahan. Het fort is gebouwd van rode zandsteen, maar de muren zijn afgestreken met witte kalk, wat het een marmerachtig uiterlijk gaf. Shah Jahan was echter dol op marmer, en heeft de door hem opgetrokken gebouwen laten bekleden met platen marmer.
In de 19e eeuw, lang na de moghuls, hebben de Britten het fort veroverd op de Marathas. En tijdens de burgeroorlog van 1857 hebben ze zich er verschanst tegen de woedende Indiërs.
Werkelijk een intrigerend complex, waarvoor twee uur veel te kort is om er rond te lopen. We zijn vrij snel door alle gebouwen heen gelopen. We hadden het gevoel wel een beetje te teren op onze ervaring in het Rode Fort om dit bouwwerk met zijn paleizen te doorgronden. Worden we al blasé van alles wat we zien en meemaken? Het ontzag voor de bouwkunde uit die jaren, de vindingrijkheid van de watersystemen en hoe het klimaat van het subcontinent goed te doorstaan, is nog steeds groot. De bouwstijl is imposant, het vakwerk subliem en de slimmigheden om de warmte, droogte en moesson te doorstaan worden nog steeds, of weer, toegepast in huidige gebouwen. Dat kan alleen maar respect oproepen.
Reactie plaatsen
Reacties