Stad van de Nawabs

Gepubliceerd op 1 februari 2026 om 06:06

Lucknow is de stad van de nawabs, zoals een taxichauffeur ons vertelde. Dat hadden we natuurlijk gisteren al gezien. Hier in Lucknow, maken we weer wat uitgebreider gebruik van de Uber-taxiservice. Lopen is heel leuk, en je ziet nog eens wat en kunt overal bij stilstaan als je wilt, maar het is ook wel vermoeiend. We hebben in Rishikesh al kunnen ervaren, dat onze grenzen niet te ver overschreden moeten worden.

Over die taxichauffeurs is nog wel wat te vertellen. Veel Indiase mannen, tenminste hier in de stad, kauwen graag op pruimtabak. Of iets anders, snus, paan, dat kan ook. Maar in ieder geval, moeten ze af en toe een flinke kledder wegspugen. De taxichauffeur doet dan onder het rijden zijn raampje open, en kitst naar buiten. Raampje weer dicht en klaar. We zijn ook al in verschillende plaatsen, bijvoorbeeld op stations, bordjes tegengekomen waarop staat: “verboden te spugen”.

Een ander gebruik hier dat mij op viel, was dat mannen overal en nergens gaan staan pissen. Dat vind ik echt wel goor. In Nederland kan ik me er ook vreselijk aan ergeren, bijvoorbeeld bij tankstations; let maar eens op. Gelukkig hebben veel steden speciale plas-hoekjes (urinoirs kan je ze niet altijd noemen), soms gewoon in een drukke winkelstraat. Maar die worden dus niet altijd gebruikt. Hier blijkt maar weer dat je de mogelijkheden wel kan bieden, maar dat je gewoontes niet zomaar kunt veranderen.

The Residency

Een tweede publiekstrekker in Lucknow, na de Bara Imambara, is de Residency. Gebouwd door de 4e en 5e Nawabs van Awadh -- de moghul-naam van het koninkrijk (door de Britten Oudh genoemd; in oude Sanskriet-teksten aangeduid als Ayodya, de geboorteplaats van de god Ram) tussen 1780 en 1800, voor de Britse resident van toen nog de East India Company. Behalve een woonhuis voor de resident, bevatte het complex nog allerhande gebouwen: een grote ontvangstzaal voor de Nawab, huisvesting voor militairen, zowel Britten als Indische contingenten, een artsenpost/ziekenhuis, een mess, een kerk… Het was bijna een stad op zich. Het complex is in 1857 tijdens de eerste onafhankelijkheidsstrijd, enorm onder vuur genomen. Honderden soldaten zijn er gesneuveld tijdens het beleg van Lucknow, en begraven op de begraafplaats. Op een gegeven moment waren het er zo veel, dat ze naamloos, met slechts een begeleidend gebed, in een massagraf zijn gegooid. Droevig, om te bedenken dat al die levens zijn gegeven om iets te verdedigen dat om te beginnen al niet van hen was, en dat een kleine honderd jaar later alsnog werd opgegeven. Mensen zijn rare wezens.

Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd, uiteindelijk gewonnen door de Britten en hun inheemse bondgenoten, zijn de gebouwen flink gehavend. Overal waren de gaten van geweers- en kanonskogels in de muren nog zichtbaar. Het comlex was na de strijd niet meer bewoonbaar, en is na november 1857 als een ruïne achtergelaten. Van de kerk was ook niet veel meer over, en ook de begraafplaats is in de laatste anderhalve eeuw zichtbaar geplunderd. Maar wij houden wel van ruïnes. Een wandeling door een park met vele restanten van gebouwen onder een lekker zonnetje bij zo’n 20 graden…. Daar maak je ons wel blij mee.

Mahindra Sanatkada Lucknow Festival

Na een paar uur hadden we echter wel genoeg gezien en voelden de afgelegde afstand al weer in onze benen. Tijd om even uit te gaan rusten, dus we namen weer een Uber terug naar het hotel. Even lekker met de beentjes omhoog en niks doen. Dat doen we wel regelmatig, moet ik zeggen. Maar ertussenin zijn we continu op pad en lichamelijk actief. Om dat de heel reis vol te houden, moeten we wel. Simon had een luxe hotel uitgekozen met een zwembad. Even een plons om af te koelen zou ook wellekker zijn, ware het niet dat dit ons tweede hotel-met-zwembad was, waar het zwembad tijdelijk buiten gebruik was.

Na een uurtje waren we genoeg verkwikt om weer op pad te willen. In de auto hadden we verschillende mooie gebouwen gezien, en we besloten te voet dezelfde route terug te gaan lopen, en te zien wat we tegen zouden komen. Allereerst een grote rotonde, ook alweer gebouwd door een nawab, omringd door een cirkel vrijwel identieke gebouwen. Een klein stukje verder stond de openbare bibliotheek van Lucknow, met ernaast een park, waar een bijeenkomst aan de gang leek. Daar weer naast een feestzaal, ook aangekleed voor een festival. We gingen even kijken, en kochten kaartjes voor een dag.

Het Mahindra sanatkada Lucknow Festival bestaat al 16 jaar en toont alle aspecten van de regio Awadh, of Oudh. Deze editie focust op de hechte stedenband tussen Lucknow en Calcutta. De baradari waar de markt werd gehouden, was feestelijk verlicht. 

Simon merkte op dat er een “baradari” (zeg dat maar eens snel, dat weet je wat het is)werd gehouden, waar allerlei handwerkslieden en creatieve ondernemers hun waren aanprezen en aan de man probeerden te brengen. Een baradari is in eigenlijk een Perzisch-indisch bouwwerk; een paviljoen met 12 deuren, bedoeld om broederschap en gemeenschapszin tussen mensen te bevorderen. Er was een uitgebreid foodcourt, met allerhande hapjes, maar vooral veel vlees. En er waren optredens. We hebben een voorstelling gekeken van een performance-kunstenaar die een verhaal vertelde over de herkomst en het verdwijnen van traditionele dans. Het duurde een half uur, precies lang genoeg. Langzamerhand was het donker geworden, en de temperatuur was snel gedaald. Tijd voor een warme hap. Maar niet op dit festival. We zochten een restaurant op waar we lekker warm binnen konden zitten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.