Volgende halte: Lucknow

Gepubliceerd op 30 januari 2026 om 07:15

Zoals ik graag naar Rishikesh wilde, had Simon Lucknow op zijn lijstje staan. We hadden in Kochi twee jaar geleden de bisschop van Lucknow ontmoet. Dat had wel onze nieuwsgierigheid naar de plaats gewekt. De laatste halve dag aan de Ganges hebben we nog een korte wandeling langs de rivier gemaakt. Tot de taxi ons kwam ophalen om ons terug te brengen naar het station in Haridwar.

De treinreis duurde lang, maar ondanks dat we enkele keren een tijdlang stil hebben gestaan, was de vertraging uiteindelijk toch maar zo'n 20 minuten. Rond kwart over 11 's avonds kwamen we aan in ons hotel in Lucknow. Het was weer tijd voor wat meer luxe en een laundry service. Simon had al vooraf geboekt, dus toen we binnenkwamen was het: "Welkom, meneer Simon van Renssen." Binnen een kwartier zaten we op onze kamer. De douche had lekker warm water en het bed was heerlijk zacht. Hoe comfortabel het ook reizen is met de Vande Bharat, na zes uur zitten krijg je gewoon een houten kont.

Bara Imambara

De grootste toeristische trekpleister van Lucknow is een paleisachtig bouwwerk voor religieuze bijeenkomsten, gebouwd vanaf 1780 door Nawab Asaf-ud-Daula, de toenmalige moghul gouverneur van Lucknow. Toen we er aankwamen, viel het erg mee met de drukte. We leverden onze schoenen getrouw in bij het schoeneninleverpunt en gingen blootsvoets het majestueuze gebouw is. Het hoofdgebouw bestaat uit drie aan elkaar verbonden hallen, de Chinese hal met dansende draken op het plafond, de Perzische hal met bloemenmotieven en de Indiase hal in de vorm van een enorme lotusbloem. 

Wat wel duidelijk was, is dat het gebouw, of ik moet zeggen de gebouwen, lange tijd niet de interesse hadden gehad van de Indiase overheid. De renovatiewerkzaamheden waren niet van een hoog peil, wat ontzettend jammer is bij een dergelijk mooie plek.

In de Chinese en Perzische hallen zagen we balkonnetjes hoog op de muren. Daar zou je toch heen moeten kunnen. Het lijkt mij dat ze bezocht moesten kunnen worden, waar we zagen in de hallen nergens een opgang. Dat mysterie werd opgelost toen we het labyrint ingingen. Op borden stond aangegeven dat bezoek aan het labyrint alleen onder toezicht van een gids mocht, zeker bij "couples". Maar er waren geen gidsen voorhanden, we werden gewoon doorgewuifd. Eerst een grote trap op. Halverwege was er een afslag, die wij namen. Daarna volgde een avontuur door smalle gangetjes, over daken en door torentjes. Op verschillende plaatsen hadden we een schitterend uitzicht over de mooi aangelegde tuin voor de Bara Imambara, en de toegangspoort. Weer verder door donkere gangetjes, langs --inderdaad-- de balkonnetjes in beide zalen. Vooral op de daken kwamen we mensen tegen,  verder viel het wel mee. 

Al lopend kwam je op allerlei plaatsen, maar als je ergens specifiek, bijvoorbeeld een torentje, heen wilde gaan, was de  toegangstrap ineens lastig te vinden. Hier in het labyrint hebben we ons lange tijd prima vermaakt. En we zijn elkaar niet eens helemaal kwijtgeraakt, hoewel ik Simon wel een paar keer heb laten zoeken. Uiteindelijk waren we met ons tweeën tóch verdwaald: We wisten waar de uitgang was, maar de trapjes die we namen, liepen allemaal dood. We werden zelfs gevolgd door een Indiaas stel dat hetzelfde meemaakte. De man van de twee heeft ons toen terug geleid door de nauwe gangetjes, zigzaggend door het complex, tegen de stroom nieuwe toeristen in, naar de grote trap, die de enige in- en uitgang was.

Toen we weggingen was er wel erg veel volk. Vooral veel moslims bezoeken deze plek, zagen we. Voor mensen met een Iraanse achtergrond is het een soort van pelgrimsoord.

Raju

Na ons bezoek aan de Bara Imambara kwamen we op straat een koetjse tegen, waarin je een ritje kon maken. Het leek ons wel leuk om eens iets vreselijk toeristisch te doen, dus we besloten de stap te wagen. Ik mocht voorin, terwijl Simon op de achterbank moest zitten. De koetsier zei trots: "Mijn paard heet Raju." We reden langs een grote poort, de Rumi Darwaza, de Engelse klokkentoren, een museum en een nooit afgebouwde uitkijktoren. Eindpunt was een ommuurde bazaar, gelegen voor de Chhota Imambara. Hier draaiden we om en reden terug. Bij de poort stapten we uit, om zelf nogmaals rond te gaan lopen en de gebouwen goed te bekijken. We bedankten de koetsier en zijn paard.

Tot grote frustratie van met name Simon, werden we meteen --en zeer vasthoudend-- lastig gevallen door kinderen die plastic Chinese zooi wilden verkopen aan de blanke toerist. We werden langdurig gevolgd, en soms werd aan de handen of kleding getrokken voor aandacht. Mijn idee was om het zoveel mogelijk te negeren en gewoon door te lopen. Simon heeft daar meer moeite mee en zijn humeur heeft daar onder te lijden.

Chhota Imambara

De Bara Imambara is de grote hal, maar een paar honderd meter verderop staat de Chhota Imambara, de kleine hal. Deze is aan de buitenkant helemaal versierd met kalligrafie. Van binnen is het qua opzet bijna een kopie van de grote hal, maar dan inderdaad veel kleiner. De tuin ervoor was wel ook weer mooi aangelegd, met een grote waterpartij in het midden. Hier was ook nog een hamam, een badhuis, wat in goede staat was. 

Wat ons opviel, was dat er hier in Lucknow veel conservatieve moslims wonen. We zien veel mannen met een kufi, een typisch mutsje, op. En veel vrouwen met niqaab, een sluier voor het gezicht, waardoor alleen de ogen zichtbaar zijn. Zeker in de buurt van de Bara Imambara. Vlak achter de Chhota Imambara lag, voor zover wij konden beoordelen door een superkort bezoekje aan de andere kant van de poort, een islamitische wijk. Mannen op scootertjes met vrouwen in niqaab achterop. Wel allemaal met mobieltjes in de hand. Het conservatisme wordt niet in alle aspecten van het leven doorgezet.

Nawab Wajid Ali Shah Zoological Garden

Ofwel: de dierentuin. Even ontsnappen aan de drukte. We namen een tuktuk door de drukke straten van de stad. Simon had het idee dat alles redelijk dicht bij elkaar lag. Maar Lucknow is een uitgestrekte stad, en we waren toch wel een kwartier op weg voordat we de dierentuin bereikten. Hier een keer geen speciale tarieven voor buitenlanders -- maar die zullen er dan ook niet vaak komen. Het meest bijzondere dier dat er rondliep, was de witte tijger. Daar hebben we gelukkig een glimp van kunnen opvangen. En verder waren wij, die witte mensen, ook een bezienswaardigheid voor de andere bezoekers. 

Maar wij konden ten minste vrij rondlopen. Het wringt toch wel, als je een giraffe -een kuddedier- in zijn eentje in een omheining ziet staan. Twee wolven op een kale grasvlakte. Twee leeuwinnen op een betonnen uitkijkplateau. Een zwarte zwaan in zijn eentje langs de waterrand. Volgende keer gaan we wel naar een normaal park.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.