Het Rode Fort

Gepubliceerd op 17 januari 2026 om 19:05

Het moge ondertussen duidelijk zijn dat wij geen doorsnee toeristen zijn.  De meeste toeristen die Delhi aandoen, met een tour door Noord India, blijven twee dagen in de stad en zien daarbij een paar highlights. Dat krijgen wij niet voor elkaar. Twee uurtjes Akshardham, twee uurtjes Rode Fort, twee uurtjes Qtab Minar, ondertussen langs India Gate voor een fotootje.  In onze ogen mis je dan een heleboel. Sterker nog, in vijf dagen New Delhi weet ik zeker dat wij ook een heleboel gemist hebben. We hebben bijna de hele dag besteed in Akshardham, en voor ons bezoek aan het rode Fort trekken we ook alle tijd uit.

Het Rode Fort wordt meestal in één adem genoemd met de Taj Mahal in Agra. Begrijpelijk, want beiden zijn gebouwd door Sjah Jahan. Alleen ligt het Rode Fort niet in Agra, maar in Delhi. Dus wilden wij er heen. Aangezien we iedere dag te veel ontbijt krijgen, konden we een lunch meenemen vanaf ons hotel, lekker makkelijk en goedkoop. Eenmaal op pad, besloten we al snel "onze" tuktuk-driver te bellen, of hij ons naar het Rode Fort kon brengen. Binnen no time stond hij voor onze neus. En natuurlijk wilde hij ons er heen brengen. Eerst naar het Rode Fort, en daarna zouden we nog wel zien. Daar zigzagte hij weer door de verkeersdrukte in de brede doorgaande straten van de stad. Hij reed zijn tuktuk de parkeerplaats op, en we spraken af hem daar weer te treffen als we klaar waren.

Bij het uitstappen, doemden de muren van het fort voor onze neus op. We kochten de toegangskaartjes, en mochten nog een stukje lopen langs de rode muren naar de ingang. Ook hier stonden tuktuks te wachten, die ons graag naar de ingang zouden brengen. Maar wij wilden liever lopen. Natuurlijk waren er toegangscontroles, waar de tassen gescand werden, en wij door een metaaldetectiepoortje moesten. Dit gebeurt echt overal. Iedere keer als we de metro in willen, iedere toeristische attractie die we willen bezoeken, en vaak ook nog bij restaurants en hotels. Al een paar keer werd Simon er aangehouden, omdat hij de gewoonte heeft zijn zakmes , tja, in zijn zak te hebben.  Maar tot nu toe zijn we er nog altijd door gekomen.

Bij de ingang van het fort was het nog vrij rustig. Het was nog voor twaalven, en we konden rustig naar binnen wandelen. Eerst kwamen we door een overdekte bazaar. Die was er ten tijden van Sjah Jahan ook al, toen zelfs over twee verdiepingen, nu alleen op straatniveau. Allerhande winkeltjes met sjaals, tassen, juwelen en souvenirs, die de verkopers aan de man proberen te brengen. Zo lang je zoveel mogelijk in het midden van de straat liep, had je niet zo veel last van te opdringerige verkopers, die je aandacht proberen te trekken.

Toen we aan de andere kant van de bazaar weer buiten kwamen, wisten we niet goed waar te beginnen. Er stonden diverse gebouwen, duidelijk uit verschillende bouwperiodes. Dus welke eerst? Vlakbij stond een museumgebouw waar ze ook koffie zouden hebben. Dat klonk ons al muziek in de oren. Maar helaas, ons kaartje met toegang tot musea was niet geldig voor dit specifieke gebouw. daar moesten we een extra kaartje voor kopen. Dus wij weer naar buiten. We liepen wat door en zagen bordjes die ons richting de "canteen" wezen. Dus hebben we die gevolgd. Daarbij kwamen we langs diverse musea, gehuisvest in oude garnizoensgebouwen die de Britten in het fort hadden gebouwd in de 19e eeuw. En langs een filatelie-tentoonstelling. Simon spaart al sinds zijn jeugd postzegels (hoewel niet echt actief), dus deze expositie konden we niet overslaan. Gelukkig was hij niet zo groot, en al snel gingen we weer verder richting de koffie.

Indiase koffie wordt gemaakt door oploskoffie in hete melk te doen, met een flinke schep suiker. Niet bepaald hoe wij gewend zijn onze koffie te drinken, maar het went, zullen we maar zeggen. Het geeft een flinke opkikker en weer voldoende energie om door te gaan. 

Musea in het Rode Fort

We inspecteerden eerst een deel van de buitenmuur van het fort, voordat we langs de musea terug naar het hoofdpad liepen. En aangezien we er toch langs kwamen, konden we net zo goed naar binnen. Deze musea werden wel gedekt door ons toegangskaartje. Alle drie de musea hadden een wat nationalistische toonzetting. Het eerste museum ging over de eerste onafhankelijkheidsoorlog van India in 1857.

De Indiase onafhankelijkheidsoorlog begon met een opstand van Indiase militairen die in dienst waren van de Britten. Deze soldaten, sepoys, kwamen door culturele conflicten en machtsmisbruik in opstand tegen de Britten, in eerste instantie in Bengalen (rond Calcutta), later ook in Hindoestan (o.a. Delhi). De opstand werd na een aantal pijnlijke nederlagen van de Britten toch neergeslagen. Dit kwam vooral doordat de meeste Indiase vorsten de Britten trouw bleven. De Indiërs bevochten elkaar. Na de opstand werden duizenden ontwapende sepoys door de Britten geëxecuteerd of gedeporteerd. De sepoys werden in het museum geportretteerd als martelaren voor het vaderland.

Het tweede museum behandelde het leven van Subhas Chandra Bose. Hij was een radicale leider van de Indiase onafhankelijkheidsbeweging. Hij werd twee keer gekozen tot voorzitter van het Indian National Congres. Hij brak echter met de gematigde koers van Ghandi en Nehru en stichtte het Indian National Army. Tijdens de tweede wereldoorlog collaboreerde hij met Hitler, Mussolini en de Japanners. Hij versterkte zijn Indian National Army o.a. met door de Duitsers gemaakte Indiase krijgsgevangenen. Bose werd als nationale held neergezet, ondanks zijn nationaalsocialistische sympathieën.

Het derde museum behandelde het bloedbad van Amritsar in 1919. Dit was een massamoord door de Britse generaal Reginald Dwyer, waarbij honderden ongewapende burgers, incl. vrouwen en kinderen, werden doodgeschoten tijdens een vreedzame protestbijeenkomst tegen de Rowlatts Acts, die de Britten toestonden mensen zonder proces vast te houden. Het bloedbad leidde tot de strategie van geweldloos verzet van Gandhi en versterkte de Indiase onafhankelijkheidsbeweging. In de film Ghandi van Richard Attenborough is het bloedbad verfilmd. Beelden van deze film, werden ook min de expositie gebruikt.

Wat ons vooral opviel was dat Chandra Bose, die toch collaboreerde met de Duitsers en de Japanners, als Nationale held geportretteerd werd. Dat vonden we, met onze Europese blik, toch op zijn zachtst gezegd dubieus. Dat de Britten als het ultime kwaad werden geportretteerd in de twee andere musea, was dan weer wel begrijpelijk, gezien de onmenselijke manier waarop ze hun Indiase onderdanen hebben afgeslacht.

De woongebouwen van Sjah Jahan

Hierna was het tijd om onze zelf meegenomen lunch op te eten. We zochten een bankje op en knabbelden op de roti met omelet met uitzicht op de woonvertrekken van de Sjah. Er staan nog ongeveer 20 gebouwen uit de tijd van de Moghuls. Onder andere het tuinhuis van Mumtaz, de geliefde vrouw van Sjah Jahan (die waarvoor hij naar haar dood ook de Taj Mahal liet bouwen). Daarnaast stonden ontvangstvertrekken van de Sjah, woonvertrekken, een badhuis en een moskee. Door alle woonvertrekken stroomde water, de Mahar-i-Bihisht (stream of paradise) die de lucht in de ruimtes verkoelde in de hete zomers.

Was de Mumtaz Mahal, de kamer van Mumtaz, al mooi, deze was vrij simpel. Door de Britten gebruikt als gevangenis voor krijgsgevangenen, waren de beschilderde muren witgekalkt. De vertrekken van de Sjah waren nóg uitbundiger versierd. Deze versiering bestond uit marmersnijwerk, ingelegd met diverse halfedelstenen en andere waardevolle materialen. Deze ruimtes mochten we helaas niet betreden en konden we dus alleen vanaf de buitenkant bekijken. Het badhuis en de moskee, die volgens de beschrijvingen ook schitterend zouden zijn van binnen, waren jammer genoeg helemaal gesloten.

Daarna kwamen we nog bij de grote zaal met pilaren waar de Sjah zijn bevolking op audientie kon laten komen, en waar recht gesproken werd. Het geheel dat er nog stond was zeer indrukwekkend. We raakten dan ook niet snel uitgegekeken. Al met al zijn we de lange middag bezig geweest om alles in ons op te nemen. Die arme tuktuk chauffeur maar wachten.

Toen we eindelijk ver fort weer verlieten, werden we opgewacht door riksja-rijders, die ons een rit door Old Delhi aanboden met de fiets-riksja (brommer-tuktuks zijn  daar kennelijk niet toegestaan). Maar wij waren zo moe van het lopen en alle indrukken, dat we alleen maar terug wilden naar het hotel. us gingen we weer kriskras door de straten van Delhi, helemaal roezig van de lange middag buiten. We konden het dan ook niet voorkomen dat we, eenmaal op onze kamer, niet konden voorkomen dat we in slaap vielen. Jaklien nog wel wat dieper dan Simone, zodat we pas na acht uur op jacht gingen naar wat te eten. We vroegen om een aanrader bij de hotelbalie, en kregen een restaurantje twee straten verderop door. En we hebben daar inderdaad heerlijk gegeten. We wilden eigenlijk een veg en non-veg restaurant, maar deze bleek volledig vegetarisch te zijn. Voor Jaklien ideaal, maar Simon vindt het toch wel lekker om af en toe wat vlees te kunnen eten. Misschien niet dagelijks, maar toch wel met enige regelmaat. Vandaag vegetarisch, morgen zoeken we wel weer iets met vlees.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.