Even geen zin in opdringerige en betweterige tuk-tukdrivers, gaan we deze dag zelf op pad naar de metro. Maar dan ben je nog niet van ze af. Zo gauw je buiten komt, uit het hotel, het metrostation, de bezienswaardigheid, duiken ze op je af: "Sir! Sir! Auto? Taxi? Where you want to go? I offer good price!" Zelfs een beslist "Nee!" van onze kant schrikt ze niet af. Ze zijn niet gek, die lui. We zien er overduidelijk uit als toeristen, en als blanken hebben we geld uit te geven.
We liepen stug door. Één chauffeur was erg vasthoudend, en reed met ons mee terwijl hij een babbeltje maakte: Waar we vandaan komen, waar we heen willen, dat de metro zo duur is. Ze wilden ons zelfs eerst de verkeerde kant op sturen. Gelukkig hadden we zelf onze ogen open gehouden en wiste precies waar we heen moesten. We kwamen ook de driver van gisteren tegen en zeiden verontschuldigend dat we vandaag liever met de metro wilden. "Kom maar, ik breng jullie." Ohja, dat is ook zo: Indiërs snappen niet dat we graag lopen, zelfs als het maar liefst 500 meter naar het metrostation is.
De grote tempel van Akshardham was makkelijk te bereiken met de metro; we hadden slechts een overstap nodig, en zouden dan op loopafstand van de tempel uitkomen.
De tempel van Baghwan Swaminarayan
De metro van Delhi is voor een groot deel bovengronds gebouwd. Enorme pilaren staan midden tussen de weghelften van brede wegen dwars door New Delhi heen. Maar op enkele plaatsen verdwijnt hij onder de grond. De overstapstations waar wij langs kwamen, lagen allemaal ondergronds. Op de heenweg hoefden we echter niet over te stappen, maar zoefden in een behoorlijke vaart over en onder de stad naar de andere oever van de Yamuna rivier, waar Delhi aan ligt. Op metrostation Akshardham stapten we uit. Volgens de plattegrond was de tempel niet te ver lopen. En dat klopte. De tuktuk drivers buiten het station sprongen op ons af met de aanbiedingen van een "goede prijs" om ons naar de tempel te brengen. Maar bij de eerste
zijstraat waar we langs liepen, zagen we de tempel al liggen. "Volgens mij moeten we daarheen", zei Simon. Het was onmiskenbaar: Door de heiige ochtendlucht zagen we een enorm complex met meerdere koepels liggen, en een metershoog goudkleurig beeld van een persoon in een bijzondere yoga-pose.Op ons dooie akkertje kuierden we naar de ingang. Langs een enorme parkeerplaats, die nog grotendeels leeg was. Bewaking bij het hek, die onze tassen controleerde. En wat ik al vreesde bleek waar: In het tempelcomplex zijn camera's en mobiele telefoons niet toegestaan. Dat betekent: geen foto's! Het zij zo, we zouden gewoon gaan genieten van wat ons zou worden aangeboden.
Het grote gouden beeld midden op de enorme parkeerplaats, bleek van Neelkanth te zijn. De beste Baghwan heeft in zijn leven diverse namen gehad. Bij zijn geboorte kreeg hij de naam Ganshyam Pande, later toen hij erkend werd als groot leraar werd hij Sahajanand Swami genoemd, voordat hij werd herkend als belichaming van God en Swaminarayan werd. De naam die hij als tiener droeg, tijdens een zevenjarige zwerftocht door heel India, was Neelkanth.
We konden snel onze kaartjes kopen, en wandelden naar het afgiftepunt voor onze rugzak, mobieltjes en camera. Daarna nogmaals door een security-check, waar we van top tot teen gescand werden. Toen mochten we naar binnen. Al op het voorplein werd duidelijk dat dit niet zomaar een tempel as, het leek wel een heel amusementspark. Met een megabioscoop, een boottochtje, een verhalende show met mechanische poppen, en een fonteinshow met muziek en licht. Onze kaartjes gaven ons toegang tot alles.
Eenmaal door het hek, zagen we al fantastische poortgebouwen liggen, gegraveerd met pauwen en bloemen. Tussen de poorten was een waterpartij met heilige voetafdrukken. We kochten een handleiding van het complex in het Nederlands, zodat we toch wat fotootjes zouden hebben. Daarna wandelden we door een aangelegde tuin en langs de het bassin waar de het waterorgel zou spelen in de avond, naar het eerste museum. We gingen langs een tiental scenes uit het leven van Swaminarayan, waarin verteld werd over zijn geweldloze leven, en over hoe hij leed als hij andere levende wezens zag lijden. Hoe hij gevangen vissen weer tot leven wekte. Hoe hij op zijn elfde van huis vertrok om door de Himalaya te zwerven, zonder eten, slechts gekleed in een lendedoek, en zo 7 jaar lang door India trok. We zagen hoe hij zonder morren de meest simpele klusjes deed en altijd onbaatzuchtige naastenliefde toonde.
We leerden hoe hij sprak met wijze mannen en geen angst toonde voor de gevaren van de wilde natuur. De poppen die dit alles uitbeeldden leken erg op de vormgeving zoals die in de Fata Morgana in de Efteling. Bij ieder scene waren bankjes waarop we konden zitten terwijl het verhaal werd verteld. We volgden het Engelse verhaal, en ware de enige twee in ieder zaal. Een privéshow voor ons, dus!
We moesten knipperen met de ogen tegen het door smog gefilterde, maar toch felle zonlicht toen we weer buiten kwamen. Daar werden we naar het boottochtje gestuurd; de film moest even wachten. Ook bij de boottocht was het niet druk. Er vertrok net een bootje dat vol zat. Wij zaten met ons tweeën en nog één andere persoon ons onze boot. Hier voeren we door de echte Fata Morgana. Alleen zagen we hier geen midden-oosterse taferelen, maar werd ons in 15 minuten de 5000 jarige geschiedenis van India uit de doeken gedaan. Onder andere, dat Indiase astrologen en wetenschappers als vliegtuigen probeerden te bouwen, en dat ze de stelling van Pythagoras al eeuwen vóór de Griek hadden ontdekt. Uit India komt het cijfer 0, het schrift, de eerste stalen pilaar, geneeskunde en tandheelkunde.... Noem maar een ontwikkeling en het vindt zijn oorsprong in India.
Toen door naar het gigantische filmscherm. En het was ook echt gigantisch, al gauw zo'n 15 bij 15 meter. De 40 minuten durende film ging natuurlijk over het leven van Swaminarayan. Wat de scenes met de poppen ons al geleerd hadden, werd hier nog een keer nagespeeld. We kregen ieder een koptelefoon, waar we de Engelse versie van het gesprokene konden volgen. Niet altijd even duidelijk, helaas, omdat het filmgeluid erg hard stond.. En bijzonder was wel dat de stem van de jonge man, nadat hij duidelijk de pubertijd had doorstaan, nog steeds erg vrouwelijk klonk.
Na dit alles voelden we ons wel een beetje gehersenspoeld. Maar het topstuk moest nog komen: de tempel zelf. Gebouwd van marmer en roze steen, met een grote trap aan de voorzijde. Ook hier moesten weer de schoenen uit. De bruine stenen vloer was al lekker warm geworden in de zon, dus op onze blote voeten beklommen we de grote trap. De binnenkant van de tempel was overweldigend. Ieder stukje marmer was versierd met snijwerk, van de pilaren tot bovenin de grote koepels en alle muren ook. Versieringen van bloemen en vogels, episodes uit het leven van Swaminarayan, Hindoeïstische goden en enorme mandalas in de koepels op de plafonds. Langs de muren stonden ook een aantal beelden van belangrijke Hindoegoden, als Shiva en Parvati, Sita en Rama, Radha-Krishna en Lakshmi-Narayana. Midden in de ruimte was een extra "kamer" gebouwd, nog uitbundiger versierd dan de tempel zelf, met veel goudverf, en een enorm verguld beeld van Swaminarayan. Kortom: een werkelijk schitterend gebouw in traditionele stijl gebouwd. En dan moet je weten, dat het hele complex pas deze eeuw is opgericht. 7000 vakmensen hebben er 5 jaar aan gewerkt.
Inmiddels hadden we wel wat honger gekregen. Maar we wilden niet gaan eten voordat we rond de tempel waren gelopen. De voet van de tempel was namelijk versierd met beeldhouwwerken van 148 bijna lifesize olifanten, mensen en andere dieren. Daarbij werd de olifant afgebeeld in zijn relatie tot de natuur, tot de mens en in het geloof en de mythes. Ook bij deze afbeeldingen stonden beschrijvingen en korte verhaaltjes, waardoor de wandeling niet heel snel ging. Maar toen we eenmaal rond waren, trokken we snel onze schoenen weer aan en gingen naar de foodcourt, waar we een snelle hap warme curry met brood aten.
Daarna wilde ik wel nog even terug, want er was nog een onderdeel dat we hadden overgeslagen. Er was nog een extra ruimte, de Abhishek Mandap. Een tempeltje waar je onder vedisch gezang een beeldje van de Baghwan Swaminarayan kan overgieten met gezegend water, wat geluk zou brengen in je leven.
We deden onze schoenen weer uit, gingen naar binnen en betaalden voor onze deelname. Bij de volgende balie, kregen we ieder een heilig touwtje (geel/rood) om onze rechterpols geknoopt. Ook kregen we ieder weer een stip op ons voorhoofd. Simon een grote en ik een kleine, een damesstip. Daarna mochten we een beker met heilig water pakken. Toen we aan de beurt waren begon de priester weer te zingen (wat een baan, de hele dag dezelfde Vedische mantra zingen...) We moesten onze beker goed boven het hoofd van de Baghwan houden en heel langzaam gieten. Daarna moesten we onze vingers in het water dippen en onze ogen, hoofden en hart aanraken: Geef ons ogen om het goede te zien, wijsheid om het goede te doen, en een liefdevol hart om te vergeven.
Hier werden we aangesproken door een oude man, die ons -natuurlijk- vroeg waar we vandaan kwamen. Hij vertelde ons dat de stichting van deze tempel, ook een gebouw heeft in Amsterdam. Behalve tempels bouwen, doen ze namelijk nog veel meer. Zoals het bieden van gezondheidszorg en onderwijs, hulp zelfredzaamheid en biologische landbouw voor gemeenschappen, allemaal voor de minderbedeelden in de wereld. De filosofie van geweldloosheid, goed zijn voor de wereld en je medemens en een hoog Love & Peace gehalte spraken onze innerlijke hippies wel aan.
Inmiddels was het al eind van de middag en het begon te schemeren. Als we wilden wachten op de fonteinshow, zouden we nog zeker twee uur moeten blijven. Daar voelden we niet voor, dus we liepen rustig terug naar de uitgang, waar we snoepjes meekregen omdat we de Abhishek hadden gedaan. Toen onze spullen opgehaald, en terug naar de metro. In plaats van weer direct naar Karol Bagh te reizen, gingen we naar Kahn Market, een gebied met leuke winkelstraatjes en veel eetgelegenheden. Na wat rondgeslenterd te hebben, kozen we een restaurantje uit om te eten. Ons oog viel op de grappige naam "Wok in the clouds", dus die moest het worden. Omdat dit een zeer toeristisch gebied was, was het restaurantje wel (verhoudingsgewijs) aan de dure kant.
De terugrit naar "onze" wijk verliep voorspoedig, maar bij het verlaten van het metrostation zag ik dat ook hier een levendige markt was. Ook hier hebben we een stuk rondgelopen, en namen zo een flinke omweg terug naar het hotel.
Reactie plaatsen
Reacties