Een echt hoogtepunt van een bezoek aan Delhi, is het bekijken van de hoogste toren uit de Moghul-periode in India: de Qtab Minar. Hij staat een beetje uit de weg, als je in downtown Old Delhi bent, maar met de metro was het prima te bereizen. Zo’n 20 minuten rijden, met een overstap op een andere lijn. De tuktuk doet er langer over.
Wat wel jammer was, was dat het metro station niet pal naast het terrein van de toren ligt, maar op ruim een kilometer afstand. Aan de andere kant gaf ons dat wel weer de mogelijk het tussenliggende stadsdeel een beetje te bekijken. Smalle straatjes met allerhande winkeltjes aan weerszijden. Hoge gebouwen, waardoor de zon bijna de stoep niet raakt. En koeien.
Eindelijk zagen we de toren, en wisten we welke kant we op moesten. Alleen dan nog de ingangspoort van het park zien te vinden. Google maps was hier erg onduidelijk over, dus begonnen we aan een wandeltocht om het hele park heen. Op een gegeven moment kwamen we bij een oude tombe, waar geen andere toerist ooit komt, omdat hij uit de richting ligt. We konden er de Qtab Minar zien liggen, maar geen toegangshek. Uit armoede toen toch maar een tuktuk genomen, om ons naar de ingang te brengen. En zul je net zien: we waren er al vlakbij geweest.
Als buitenlander krijg je in India meestal een speciale behandeling. En eigen ingangspoortje, waar het zelden druk is. En een eigen rij om toegangskaartjes te kopen, waar niet veel te doen is. En een eigen prijsniveau, waar wel 10 Indiërs voor naar binnen kunnen. Door te pinnen, konden we toch nog een beetje korting krijgen. De gidsen die zichzelf aanboden, hielden we af, ervan uitgaande dat overal duidelijke borden met uitleg zouden staan. Dan konden we op ons eigen tempo rondwandelen.
Met onze toegangsmunt in onze hand geklemd, gingen we naar de ingang. De munt werd gescand en moest verder goed bewaard worden (we hadden geen idee waarvoor). Daar stonden we in het park. Links voor ons de toren, verder nog een heleboel ruïnes van gebouwen.
De Qtab Minar was de eerste toren die hier werd gebouwd. De bouw werd begonnen in 1199 door Qutb-ud-din Aibak, de eerste Sultan van Delhi, en afgemaakt door zijn opvolger. Hij is 72 meter hoog, een echt hoogstandje van architectuur. Ernaast werd de bijbehorende moskee gebouwd, en om de moskee heen bevinden zich nu enkele tombes van de diverse heersers.
Zo’n honderd jaar later wilde Allaudin Khilji, de dan heersende sultan, een toren bouwen die twee maal zo breed en twee maal zo hoog zou worden.
Helaas overleed hij toen de eerste verdieping klaar was. De bouw van deze toren werd toen stilgelegd. Maar de restanten staan nog steeds naast wat er over is van de moskee.
De restanten van de moskee zijn nog ouder dan de toren. De poorten waren weer overweldigend, in hun versieringen. De koepels in de plafonds waren versierd met bloemmotieven. De pilaren waren versierd op een hindoe-manier. Met natuurmotieven en vloeiende lijnen. Daar is uit op te maken dat de overheersers de lokale handwerkslieden gebruikten voor hun bouwwerken. In de buitenmuren zaten ook her en der versierde stenen, maar die waren door de moghuls uit hindoe- en jain-tempels gehaald om hun moskee te kunnen bouwen.
Midden in de moskee staat een gietijzeren paal. Die is waarschijnlijk al 4000 jaar oud en door de moghuls van elders in India naar hier gehaald. Een sterk staaltje van kennis die hier al vroeg aanwezig was, zeggen de Indiërs dan.
Terwijl we ons daar liepen te vergapen, werden we aangesproken door een beveiliger. Hij wist een perfect plekje om een mooie foto te maken. Wij liepen braaf achter hem aan, en hij wees op inderdaad een mooi plekje. Toen wilde hij wel een foto van ons maken op die plek. We lieten hem. En zo bracht hij ons naar nog drie plekken in de ruïne van de moskee, waar hij ons fotografeerde. Inderdaad fantastisch mooi gestileerde plaatjes. Natuurlijk was het zijn bedoeling dat we hem een fooi gaven. Hij gaf ook wel aan niet helemaal tevreden te zijn met de 100 roepies die Simon hem gaf. “Is only one euro,” zei hij. Ja, maar met 100 roepies kan je veel meer doen dan met 1 euro!
We leerden van de borden ook dat de Qtab Minar twee maal is geraakt door de bliksem. De eerste keer is hij gewoon hersteld. De tweede keer hadden de Britten er een koepeltje bovenop gebouwd, waar de bliksem insloeg. Die koepel werd vervolgens weer verwijderd, en staat nu zo’n vijftig meter verderop op het gras. Toen wij daar gingen kijken, was er net een stelletje bezig romantische foto’s te maken. Tenminste, hij fotografeerde haar. Simon stelde voor een foto van hen beiden te maken, waar ze graag op in gingen.
Toen was het tijd om even uit te rusten. Net als zoveel anderen, gingen we op het gras ziten, en aten onze meegebrachte lunch op en dronken een flinke hoeveelheid water. De afgelopen dagen was het weer toch
aanmerkelijk warmer geworden. Het lukte het zonnetje nu om toch wel aardig door de smog heen te schijnen. Boven onze hoofden hoorden we de vliegtuigen Indira Gandhi Airport naderen. Zien deden we ze alleen als ze zo’n beetje over ons heen vlogen, waarna ze al snel in de mist verdwenen.
Na drie kwartier met de blote voeten op het gras te hebben gezeten, kwamen we weer in beweging. We liepen onze ronde door het park verder, tot we weer bij ons beginpunt kwamen. We besloten dat het zo ook wel weer mooi was geweest. We waren van plan naar het volgende metrostation door te lopen. Ik had op de kaart van New Delhi gezien dat er naast de toren een archeologisch park lag. Toen ik besefte hoeveel er om het Qtab heen lag aan restanten van gebouwen, meende ik dat dát het archeologische park was. Maar terwijl we naar de metro liepen, kwamen we langs een groot hek met de woorden Mehrauli Archeological Park. Er was dus nog meer dan er binnen de hekken bij de toren te zien was.
Zonder te twijfelen sloegen we af, dit park in. In eerste instantie leek het niet zo veel soeps. Maar naarmate we verder liepen, en de omgeving verder verwilderde, ontdekten we ook verschillende restanten van gebouwen. En niet zo’n beetje ook niet!. Hier heeft een hele stad gestaan, die in de loop van de eeuwen is verlaten en overgroeid door bomen en struiken. Het ene na het andere gebouw doemde op. Veel moskeën, maar ook tombes en paardenstallen. In de loop van de tijd ondergeslibt en vervolgens volgegroeid door een bos. Nieuwe bewoning van tribals kwam er bovenop. Eind vorige eeuw werd het ontdekt en sinds begin deze eeuw werd het uitgegraven en gedeeltelijk gerestaureerd. Wat een verrassende boswandeling was
dit. Vel van de gebouwen waren ook toegankelijk. Je kon bijna overal zelfs tot op het dak klimmen via nauwe gangetjes met steile, in steen aangelegde trappen. We voelden ons echt ontdekkingsreizigers.
Maar na een paar uur struinen over bospaden, waren we ook wel erg moe. Be zochten een uitgang, en gingen verder in de richting van de metro. Bij een afslag de verkeerde kant op, konden we naar een jain tempel. Nu we toch bezig waren, wilden we die ook nog graag bekijken. Onderweg kwamen we nog een oude moskee tegen uit vervlogen tijden. De Jain tempel was nog niet zo oud, maar wel geheel uit marmer opgetrokken. In een gebedsruimte waren de muren en plafonds volledig ingelegd met een mozaiek met tienduizenden spiegeltjes. Een ander open hal rustte op versierde marmeren pilaren. In het midden stond een altaar met een beeld van de grondlegger van deze tempel -een zeer heilig man natuurlijk. De pilaren om het altaar heen waren even sierlijk ingekerfd als de rest, met het verschil dat ze ook nog eens beschilderd waren met goudverf.
Uiteindelijk liepen we verder naar de metro. Voordat we op de trein stapten, dronken we nog even een kopje zoete koffie. Inmiddels was het spitsuur, en de metro was overvol. We moesten staan, maar voordeel is dat je ook niet om kan vallen. De eerste dag in Delhi hadden we la mondkapjes gekocht, en deze hadden we ook al tegen het stofhappen in de tuktuk gebruikt. In de drukke metro, deden we ze ook op. Het was weer een lange dag, en de stappenteller was zeer tevreden over ons.
Reactie plaatsen
Reacties