Poort naar de rest van de wereld

Gepubliceerd op 15 mei 2026 om 02:47

Wij hebben lang gedacht dat Nederland het enige land dat toegang had tot Japan tijdens de Japanse isolatiepolitiek die gold van 1639 tot 1853. Maar er was ook handel met de Chinezen. De Chinezen werden veel minder als gevaar gezien want die waren niet christelijk. En in tegenstelling tot de Nederlanders, die op hun eilandje moesten blijven, woonden de Chinezen in een ommuurde wijk op het vasteland van Nagasaki. Vanuit die wijk, Tojin Yashiki, handelden zij voornamelijk in zijde, porselein, medicijnen, boeken en kennis. Er waren veel meer Chinezen dan Nederlanders in de stad. Zij hebben nu nog steeds hun eigen China Town in Nagasaki. Een stukje buiten Chinatown kwamen we een Chinese tempel tegen, waar de leer van Confucius centraal staat. Een schitterend gebouw in goud en rood dat de tand des tijds heeft doorstaan. Ooit stonden er verschillende westerse gebouwen in de buurt, nu wordt hij omgeven door moderne (semi)hoogbouw.

          Lin en Qi, mythische wezens die de komst van een wijze begeleiden.                                                                    Enkele van de discipelen                     .

In het tempelcomplex staan 72 levensgrote beelden van de 72 discipelen van Confucius, geïmporteerd uit China. Achter de tempel ligt het Chinese Geschiedenis Museum. In de tempel keken we onze ogen uit.

We konden wat wierrookstokjes kopen en aansteken om te bidden voor geluk, wat we natuurlijk deden. De zittende Confucius keek op ons neer van achter zijn gordijntje, terwijl we de wierrookstokjes aanstaken.

Dejima

Dé reden om naar Nagasaki te willen, was natuurlijk de Nederlandse geschiedenis die hier in de bodem zit. In 1543, 57 jaar voordat het eerste Nederlandse schip in Japan aankwam, landde er een Chinese jonkenboot in Tanegashima, met aan boord drie Portugese handelaren. Dat was het begin van de Portugese handel met Japan. Vanaf 1570 werd de haven van Nagasaki voor hen opengesteld. Zij brachten onder andere vuurwapens mee, die de Japanners al snel konden namaken en verbeteren. Zij brachten ook het Christelijk geloof mee. Daar was de Japanse Shogun minder van gecharmeerd. Voor de Portugezen werd een kunstmatig eilandje gecreëerd voor de kust van Nagasaki, waar zij mochten verblijven.

In 1600 kwam het eerste Nederlandse VOC-schip De Liefde aan in Nagasaki. De Nederlanders wilden ook graag met de Japanners handelen. Wat zij voor hadden op de Portugezen, was dat zijn dan wel Chistenenen  waren, maar niet probeerden de Japanners te bekeren. Bovendien hadden de Nederlanders vele andere handelsposten in Azië en een grote thuisbasis in Batavia. In 1609 ontving de VOC een officiële handelspas van shogun Tokugawa Ieyasu, en handelden ze naast de Portugezen en Spanjaarden. De irritatie over de missionarissen groeide echter. In de jaren '30 van de 17e eeuw werd besloten alle buitenlandse inmenging in Japan te weren. Alleen de Chinezen en de Nederlanders mochten blijven. 

Vanaf 1641 had Nederland het alleenrecht als Europese macht om handel te drijven in Japan. Ze mochten echter niet zomaar het land in, maar moesten op het eilandje Dejima blijven. Omdat Dejima maar ongeveer 1,5 hectare groot was, was het aantal Nederlanders daar bovendien sterk beperkt. Ongeveer twee keer per jaar deden de Nederlanders Dejima met schepen aan. De matrozen moesten doorgaans op de schepen blijven. Ze leverden onder andere roggenvellen, suiker, katoen en ruwe zijde uit India, sappanhout en kruiden uit Indonesië. Daarvoor kregen ze zilver en later vooral koper terug. Dat werd weer gebruikt om verder mee te handelen, maar ook om VOC-munten te slaan. Verder bracht de VOC westerse kennis, wetenschap en geneeskunde naar Japan, waar gretig gebruik van werd gemaakt.

Het eilandje Dejima is inmiddels helemaal omringd door de stad Nagasaki: Er is steeds meer land op de zee teruggewonnen.  In 1951 werd het belang van Dejima door Japan erkend, en werd besloten het eiland weer letterlijk op de kaart te zetten. Onder de nieuwe bebouwing vond met oude kademuren en enkele funderingen. Met dank aan de grondige documentatie van de VOC, in de vorm van boeken, kaarten, schilderijen, enkele foto's uit de 19e eeuw en zelfs een heuse maquette van het eiland (te zien in Leiden) heeft men kunnen herleiden hoe het eiland er begin 19e eeuw uit heeft moeten zien. De gebouwen zijn zo waarheidsgetrouw mogelijk nagebouwd, waarbij gebruik werd gemaakt van oude bouwmethodes, waardoor we konden rondlopen door verschillende kamers. Die van de kapitein van het Nederlandse schip, bijvoorbeeld. Maar ook de kamer van de Japanse toezichthouders, de Japanse wachters en de keuken staan al. Maar men is nog steeds bezig de nederzetting uit te breiden.

Kapiteinskamer

Kantoor van de toezichthouders

Keuken

Het was heel bijzonder om zo door een stukje Nederlandse geschiedenis aan de andere kant van de wereld te lopen. Het waaiervormige Dejima zoals het nu staat, heeft nog niet precies de afmetingen  die het oorspronkelijk had: De rivier is verlegd en er ligt nog een straat langs waar ooit water was. Het is de bedoeling dat het ooit wel weer compleet wordt. Wat vooral erg bijzonder was om te zien, is de wisselwerking tussen de Japanners en de Nederlanders. Het was niet alleen maar goederen die verhandeld werden, maar ook veel kennis. De Nederlandse artsen werden zelfs bij de shogun ontboden. En wetenschappelijke kennis werd door de Japanners snel eigen gemaakt en apparaten werden nagemaakt en verbeterd. De enige vrouwen die Dejima mochten bezoeken waren Japanse courtisanes, die soms zelfs langere tijd op het eiland verbleven en ook kinderen kregen met de Nederlanders. 

Foreign settlement

De positie van Nederland in Dejima verzwakte snel in de eerste helft van de 19e eeuw. In 1799 ging de VOC failliet en tijdens de Napoleontische oorlogen werd Nederland door Frankrijk bezet. Dejima was korte tijd de enig plaats ter wereld waar de Nederlandse vlag nog wapperde. Vooral de Verenigde Staten waren er in de tweede helft van de 19e eeuw erg op gebrand om de handel met Japan te openen. Japan was toen al ruim 200 jaar grotendeels afgesloten geweest van de buitenwereld. Onder dreiging van oorlog dwong de Amerikaanse commodore Perry Japan open te gaan voor handel.  In 1854 tekende shogun Tokugada Iesada het verdrag van Kanagawa, waarin de havens Shimoda en Hakodate voor Amerikaanse schepen werden opengesteld. Al snel volgden de Britten, de Nederlanders, de Russen en de Fransen die snel soortgelijke verdragen tekenden. In Nagasaki ontstond toen een grote wijk waar alle buitenlandse diplomaten en handelaren werden gehuisvest: Nagasaki Gaikokujin Kyoryuchi. in 1859 verloor Dejima zijn functie.

Beschermd door de bergen die Nagasaki omarmen, is een deel van de huizen uit deze periode bewaard gebleven, zelfs na de atoombom. Je kunt er rondlopen over Hollander Zaka (slope), een weg die door de Nederlanders uit de bergen is geblazen met dynamiet, en verschillende oude westerse huizen bezoeken. Er werden ook scholen opgericht en kerken gesticht. De Japanners bleven nog lang alle buitenlanders Orandajin (Hollanders) noemen, want de Nederlanders waren de enige westerlingen die ze al die tijd hadden gezien.

Wij hebben in ieder geval weer veel geleerd over de geschiedenis van Japan en Nederland. We vonden het heel bijzonder dat er hier, in Japan, kennelijk ook veel waarde aan wordt gehecht. In het verleden hebben we natuurlijk verschillende Japanse uitwisselingsstudenten ontmoet in Nederland en ons altijd afgevraagd waarom die in hemelsnaam naar Nederland wilden komen. Maar als ze maar een fractie van deze geschiedenis op school hebben geleerd, wordt het een stuk begrijpelijker.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.