De stad Nagano heeft natuurlijk ook van alles te bieden. Hoewel Simon kiespijn begon te krijgen, die hij onderdrukte met wat ibuprofen, besloten we Zenkoji te bezoeken. Een van de oudste boeddhistische tempels van Japan, en ook een van de meest bezochte. We dachten dat de tempel wat verder van ons hotel lag, en liepen naar de bushalte. Toen kwamen we er achter dat het maar anderhalve kilometer was. Het weer was heerlijk, zonnig en fris, dus we besloten te wandelen.
Dat kwam goed uit. Want allereerst kwamen we nog een andere shrine tegen, de Saiko-ji tempel uit 1199. Deze boeddhistische tempel is gewijd aan Karukaya, de monnik die hem gesticht heeft, en zijn zoon Ishido, die de tempel na zijn dood had voortgezet. Beiden waren devote gelovigen van Zenko-ji. De tempels liggen dan ook redelijk dicht bij elkaar.
Verderop in de straat begon net een festival. Er waren bloemkunstwerken, en allerhande stalletjes met lekkere hapjes en handnijverheid. volgens de borden die we zagen, zouden wat later op de dag allerlei verschillende optredens plaatsvinden, van muziek en dans.
We keken onze ogen uit. En 0ndertussen genoot Jaklien van een gevulde pannenkoek. We dronken een kopje koffie onderweg en kwamen toen uit bij een enorme poort. De toegang tot de tempel. Zenko-ji staat al sinds 642 op deze plaats en huisvest het oudste boeddhabeeld van Japan, dat al in 552 in het land zou zijn aangekomen. Dit beeld, genaamd Ikko Sanzon Amida Nyorai, is een verborgen boeddha. Eens in de zeven jaar is er een groot festival in de tempel, Gokaicho, waarbij een replica van het beeld getoond wordt. 2026 is niet een jaar van een grote Gokaicho, waar miljoenen gelovigen op af komen. Maar in de jaren tussen de grote revelaties, vind er een kleine Gokaicho plaats, met minder rituelen.
Wat wel gebeurde toen wij de tempel in gingen, was dat er op de gong werd geslagen. Iedereen knielde, dus wij ook. En terwijl Simon zijn spullen zat te reorganiseren, zag ik dat er een gordijn omhoog ging bij het altaar. Er viel een stilte in de hal, want iedereen zat gebiologeerd te kijken. Vervolgens werd er op een koperen pot geslagen, en ging langzaam het gordijn weer omlaag. Simon keek verstrooid op, toen ik hem probeerde duidelijk te maken wat ik had gezien, nog zonder het belang er van te beseffen.
Voetje voor voetje schuifelden we met de mensenmassa mee tot we uiteindelijk langs het altaar liepen. Er liep een mannetje rond dat de mensen vermaakte met verhalen over de tempel. Hij sprak ons ook aan: "Where are you from? Aaah, Netherlands. Goedemiddag!" En toen we voor het altaar stonden, en ik een muntje had gedoneerd, deed hij ons voor hoe we voor de goden moesten buigen, en "Goedemiddag!" konden zeggen bij wijze van groet.
De volgend attractie in de tempel was een tochtje door een pikdonkere tunnel, op zoek naar het ijzeren slot dat ons naar verlichting zou voeren. We kregen de instructie onze tas in de linkerhand te dragen, en de rechterhand langs de muur te laten glijden terwijl we door het donker liepen. Het was er inderdaad stikdonker, wat tot veel ongemakkelijk gegiebel leidde, omdat iedereen steeds tegen zijn/haar voorganger aan botste. De ervaring had wel een aardig Indiana Jones gehalte. Uiteindelijk kwamen we het slot tegen, en kort daarna zagen we weer daglicht.
Het gehele tempelcomplex bestond uit veel meer gebouwen. Naast de altaars waren er honderden geesteshuisjes, onder andere waar de geesten van overleden boeren die in opstand waren gekomen in huisden. Of de vrouwen van de Shogun. Er was zelfs een tuin met geesteshuisjes van verloren geesten, die geen levende nazaten meer hadden. De filiale piëteit, eerbied voor je ouders en voorouders, is nog steeds een belangrijk iets in het Japanse boeddhisme. Daar hoort ook bij: Zorgen voor de graven (en dus de geesten) van je overleden familieleden.
Het laatste gebouw dat we binnen gingen was de Kyozo, een gebouw waar de boeddhistische soetra's, zeg maar heilige boeken, worden bewaard in een enorme koperen soetra-houder. Éénmaal deze houder ronddraaien komt overeen met de merit van het lezen van al de soetra's. Dat leek ons wel een makkelijke weg naar de verlichting, dus natuurlijk hebben we ook een poging gewaagd. Het gevaarte was enorm groot en behoorlijk zwaar, maar het was gelukt. Zo vroom en devoot als wij de afgelopen vier maanden zijn geweest, kan ons niks ergs meer overkomen, zou je zeggen.
Niks bleek minder waar. De pijnstillers bij Simon raakten uitgewerkt. We keerden terug naar ons hotel. Na een onrustige slaap werd hij wakker badend in het zweet en klappertandend van de kou. Snel wat paracetamol gegeven en in de taxi naar het ziekenhuis. De dokter bevestigde wat we zelf al dachten: Een flinke tandontsteking. Simon kreeg zware antibiotica mee, en het advies om na thuiskomst zo snel mogelijk naar de tandarts te gaan om te kies te laten trekken.
Update: De antibiotica lijkt wel wat te doen, de koorts is snel aan het zakken en de kiespijn wordt wat minder. Simon voelt zich goed genoeg om onze reis voort te zetten.
Reactie plaatsen
Reacties