Nilgiri Hills

Gepubliceerd op 10 maart 2026 om 15:24

Ooty

Volledige naam in Tamil: Udhagamandalam, verbasterd door de Britten tot Ootacamund, afgekort tot Ooty. Een stad en omliggend district, gelegen in de Nilgiri Hills (Blauwe heuvels), onderdeel van de Western Ghats (een bergketen die van noord naar zuid dwars door India loopt. De stad werd onder het bewind van de East India Company de zomerhoofdstad van het gewest Madras. Wanneer het te heet werd op de vlaktes, werd de hele regering (inclusief administratie) verhuisd naar de bergen. Alle rijke Britse bestuurders en hun families trokken dan mee naar het Hillstation, om daar de zomer door te brengen. Er werd een meer aangelegd, sportfaciliteiten, parken en kerken, om het verblijf zo aangenaam mogelijk te maken. Het kreeg dan ook de bijnaam "Koning der Hillstations".

Tegenwoordig is Ooty een populair vakantie-oord, ook geschikt voor een weekendje weg, vooral dankzij de vele nog aanwezige koloniale structuren en het heerlijke koele weer (in Ooty wordt het in de zomer slechts 20-25 graden, met koele nachten). Wij hebben ons dus aangesloten bij vele Indiase en internationale toeristen met onze keuze voor deze bestemming.

We kozen voor ons verblijf een kleinschalige B&B in een koloniaal huis op een heuvel aan de rand van het stadje. Niet ver van ons hotel staat de St. Stephens kerk, uit 1830.

Coonoor

In het district Ooty liggen nog veel meer kleine stadjes en dorpen. Allemaal even pittoresk, met gekleurde huizen tegen de heuvels geplakt. We huurden een taxi om ons de wijdere omgeving te laten zien. De dag begon bewolkt en fris. Tijd om de vesten weer uit de bagage op te duikelen. De autorit ging eerst door dalen en over bergen, door Wellington, waar na de onafhankelijkheid een opleidingsinstituut voor legerofficieren werd gehuisvest, naar Coonoor. De eerste stop was Sim's Park. Aangelegd rond 1870 als park, is het nu ook een botanische tuin, waar inheemse planten groeien tussen door de Britten geïmporteerde soorten. De meeste indertijd geplante bomen zijn nu enorme reuzen. Een aangelegde vijver, terrassen met bloemperken en een speeltuintje voor jonge kinderen complementeren het geheel. We hebben er een uur rondgewandeld over kronkelende paadjes langs steile hellingen. De oudste bomen die nog in het park overeind staan, zijn al geplant in 1880, maar in de vele perken stond verse aanplant. Jammer dat we eigenlijk wat te vroeg in het seizoen hier zijn gekomen. Over een maand staan de hele Nilgiri Hills in volle bloei en is het er vast nog veel mooier.

We vervolgden onze weg naar een theeplantage, waar we tussen de theestruiken konden lopen om foto's te maken. Net als in Munnar, Kerala zijn in Ooty zeer veel theeplantages. Vrouwelijke bezoekers konden zich hier verkleden als theepluksters voor een "authentieke" foto. We liepen een stukje omhoog, toen ik stopte. Simon wilde nog wel verder omhoog, maar op de raarste momenten komt de hoogtevrees weer opspelen. De steile paadjes recht omhoog, met her en der los zand en niks om je aan vast te grijpen. En bij de afdaling kijk je recht vooruit in een leegte, met pas veel lager -tientallen tot honderden meters- de bodem van de vallei. Voor mij was een horizontale wandeling het enige wat ik nog wilde doen. Het blijft een vreemde combinatie met mijn voorliefde voor een heuvel-/bergachtig landschap. 

Bij de volgende stop kregen we uitleg over hoe eucalyptus -olie gemaakt wordt. Eigenlijk heel simpel: de bladeren worden gekookt met water en de stoom wordt vervolgens gecondenseerd. Olie en water scheiden dan vanzelf. Dat eucalyptus zo aanwezig is in de Nilgiris, komt door de Britten. Zij hebben verschillende exotische soorten geïntroduceerd in hun tuinen en parken. Deze hebben de plaats van inheemse soorten overgenomen in heel India, terwijl de lokale bomen verdwenen door houtkap.

We kregen ook een kleine theeproeverij, die duidelijk op de Indiase smaak gericht was: Zoet. Hoewel de masala tea en de chocolate tea wel aardig waren, zijn we er weggegaan met alleen een pakje witte thee en een flesje gaultheria-olie (tegen spier- en gewrichtspijn).

Honderd meter verderop zat een aardbeien-boerderij. Aardbeien zijn in India niet echt alledaags, hoewel we het steeds vaker zien. We hadden ze niet eerder gekocht omdat ze met het warme weer zo lastig te bewaren zijn. Hier hoog in de bergen van Nilgiri zijn de omstandigheden prima om aardbeien te telen, hoewel ze wel onder een plastic doek staan. En vers van het land zijn ze prima om meteen te eten. We kochten een doosje ready-to-eat aardbeien (hebben we lekker achterin de taxi opgesmuld) en een flesje alcoholvrije aardbeien-gember-wijn.

Fenomenale vergezichten

De tocht ging door langs een tweetal uitkijkpunten: Dolphin Nose en Lamb's Rock. Zelfs met de laaghangende bewolking was het uitzicht op Dolphin Nose fenomenaal. Aan de overkant van het dal klatert de Catherine Waterfall naar beneden. Gelukkig was de mist niet zo dik, we konden hem goed zien. En ondanks de aanwezigheid van redelijk veel mensen (het was een maandag, dus minder druk dan in het weekend of een vakantie) was het zo stil, dat je de waterval kon horen. De aanwezige apen aasden op mijn tas, altijd bereid om iets wat op eten lijkt uit je handen te grissen. Natuurlijk waren hier ook weer de nodige kraampjes en winkeltjes. We aten een bakje chilly mango en dronken versgeperste jus. We zagen een standhoudere wat apen bij zijn stalletje wegjagen met een katapult. Overal staan bordjes dat je de natuur en de dieren met rust moet laten, maar dat doen die dieren zelf ook niet.

Lamb's Rock (vernoemd naar een Britse officier die Lamb heette) bood eerst een mooie wandeling door een dicht bos. De shola-bossen in de Nilgiri Hills houden door hun speciale natuurlijke opbouw veel water vast. Ze onttrekken ook water uit de laaghangende bewolking, waardoor ze ook wel eens nevelbossen worden genoemd. Ze komen typisch voor in de Western Ghats. Het pad door het bos was bestraat en kwam uit op een trap naar het uiteindelijke uitkijkpunt. Hier kon je echt 360° rond kijken. De shola-bossen deden hun naam eer aan op de bergen om ons heen, ze waren in mist gehuld. Na een korte stop op de piek, wandelden we weer rustig naar beneden.

Met de Toy train

Eigenlijk hadden we naar Ooty willen komen met de toy train. Deze vertrekt vanaf Mettupalayam, een voorstad van Coimbatore. Maar deze reis is zó gewild, dat de trein vaak al maanden van tevoren uitverkocht is. De stoomtrein rijdt dan ook maar één keer per dag heen en terug. Alleen het laatste stukje, van Coonoor naar Ooty, rijdt meerdere keren per dag. Dit stuk is dan ook geen stoomtrein meer, maar een diesel. De meest spectaculaire bruggen en bochten zijn ook te vinden in het eerste deel  van de reis, maar tussen Coonoor en Ooty bevindt zich het meest steile deel van de klim.

De trein is de enige tandrad-spoorlijn van India. Dit is nodig om de steile heuvels op te kunnen rijden. De trein wordt een toy train genoemd, omdat hij rijdt op een spoor van 1 meter (normaal is 1,435 m), en daardoor de wagons ook smaller zijn. Daardoor krijgt hij het uiterlijk van een speelgoedtreintje. De spoorbaan van Mettupalayam naar Coonoor is in gebruik genomen in 1899. In 1907 was de aansluiting naar Ooty een feit. Sinds 2005 is het traject opgenomen als UNESCO World Heritage Site. Dit laatste stukje konden wij gelukkig mooi meepakken. We kochten tickets van Coonoor naar Ooty, een rit van ongeveer een uur door de bergen. Een mooie gelegenheid om er lekker op los te fotograferen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.