Dagje wellness
We zijn, na de vorige telling, weer 1900 treinkilometers verder. De temperatuur is opgelopen naar gemiddeld 33 graden. We hebben weer 125 kilometer gewandeld door steden. Dus wel logisch dat we een beetje moe beginnen te worden, en ook af en toe wat last hebben van onze rug. Daarom besloten we op onze tweede dag in Pune een beetje voor onszelf te zorgen. Het rondsjouwen met de rugzak, en het slapen in steeds andere -en soms vrij harde- bedden (om maar niet te spreken van de bedden in de treinen) hadden er voor gezorgd dat we wel toe waren aan een massage. Een nabijgelegen hotel bood een spa, dus wij togen daarheen.
Ze hadden direct tijd voor ons. Wij kozen een Zweeds massage. Maar of ze ons verkeerd verstaan hebben, of dat ze er andere definities op na houden, wat wij hebben ondergaan, leek meer op een Chinese massage, waar de masseur bovenop je gaat zitten om met haar ellebogen en knokkels extra veel druk te kunnen uitoefenen op lange spierbanen..... Het was pijnlijk, maar tegelijkertijd ook wel lekker.
Daarna besloten we een soepje te eten in ons eigen hotel. Simon zag een tomaten-basilicum soep op de menukaart, en verheugde zicht op een lekkere Italiaanse soep. Maar we zijn hier in India. Wat betekent dat de tomatensoep nauwelijks naar tomaat smaakt en mierzoet is. Dit viel zo tegen, dat hij de soep terugstuurde naar de keuken, en een andere soep bestelde. Prompt verscheen ook de chef aan onze tafel, om te vragen over wat er mis was met de soep. Vervolgens beloofde hij in de avond lekker voor ons te koken.
We kregen tomatensoep, lekker een beetje zurig en vol tomaat, zoals we die in Nederland kennen. Met als hoofdgerecht rijst met champignonragout. Zonder Indiase kruiden. Prima ragout, maar niet iets wat wij zouden bestellen in een restaurant. Maarja, er was speciaal voor ons gekookt, dus dan eet je je bordje maar netjes leeg.
Sri Mahalaxmi Temple
Dat was het einde van ons verblijf in Pune. Omdat er geen treinen rechtstreeks van Pune naar Goa gaan, besloten we een tussenstop te maken in Kolhapur, een plaatsje al een heel eind de goede kant op.
Kolhapur is een middelgrote stad (ca. 683.000 inwoners) en in India vooral bekend om specifieke gerechten (Kolhapuri) en in de rest van de wereld om zijn Kolhapuri chappals, leren teenslippers. Maar verder is er niet bijster veel te doen. We hadden dan ook maar één dag in de stad ingepland. Dat bleek meer dan voldoende.
Allereerst bezochten we de Sri Mahalaxmi Temple. Een grote, oude tempel uit zwarte steen, met een belangrijk, zwart, beeld van de godin Mahalaxmi. Mahalaxmi is de opperste moedergodin, en wordt aanbeden als godin van rijkdom (zowel spiritueel als materialistisch), overvloed, vruchtbaarheid en voorspoed. Wel jammer dat de tempel grotendeels in de steigers stond. Een groot deel van het gebouw werd aangepakt en uitgebreid.
Er stond een flinke rij wachtenden om de tempel in te gaan, en wij sloten ons bij hen aan, benieuwd naar wat er zo bijzonder was om te zien daar binnen. De meeste gelovigen hadden bloemen en een kokosnoot om als offergave te geven aan de godin. In de rij werden we aangesproken door een jong stel, dat wilde weten waar we vandaan kwamen, en of ze een selfie mochten maken. We grapten over de cricketwedstrijd van die avond, waar Nederland tegen India zou moeten strijden. Toen was het eindelijk zover en konden ook wij naar binnen
Net op dat moment begon de bel weer te luiden. De mensen in de tempel begonnen mee te klappen, en even later moesten we ruimte maken voor een groepje jonge mannen die met een fakkel naar buiten gingen. Ze werden aangemoedigd door de gelovigen in de tempel en erbuiten. Tijdens ons bezoek aan de tempel, gebeurde dit nog twee keer, hoewel iedereen door de drukte extra snel langs de godin geleid werd en vooral niet te lang mocht blijven stilstaan.
Later leerden we dat de volgende dag, op 19 februari, het feest van Shiv Jayanti zou worden gevierd. Tijdens dit festival wordt de eerste maharaja van de Marati-dynastie, Shivaji Maharaj geëerd door fakkels van de tempel naar hun eugen wijk of dorp, en naar belangrijke plaatsen van de koninklijke familie te dragen. Het vuur staat dan symbool voor de zegen en de kracht van de Godin. Om op tijd bij de feestlocaties te zijn op de 19e, vertrekken lopers al op 18 februari om in een ruk door te lopen naar hun wijk of dorp, om daar de Maharadja (die beschouwd wordt als een standvastig, en eervol man die voor de vrijheid heeft gestreden) te eren.
Toen wij, na ons bezoek aan de tempel, ook het koninklijke paleis bezochten, waren we echter niet heel erg onder de indruk van zijn nazaten. Hoewel het Maratha-koninkrijk werd opgedoekt nadat het opging in het huidige India, vlak na de tweede wereldoorlog, is er nog steeds een Maharaja in naam. Shahu II van Kolhapur is nu lid van het lagerhuis voor de Congress partij. Zijn grootvader, die vooral in de schijnwerpers stond in het paleis, kwam op ons over als een zelfgenoegzame man, die veel met de Britten optrok en ook hun slechtste eigenschappen overnam, zoals veel jagen op zeldzame dieren.
Het paleis zelf was wel mooi; een beetje een kleine kopie van het mooie Laxmi Vilas in Vadodara.
We eindigden onze dag in Kolhapur met het kijken van de crikcetwedstrijd tussen Nederland en India. We zochten een barretje uit -het was er nog erg leeg, want het was nog vroeg. Alleen de medewerkers waren er. Maar ze hadden cricket op staan, dus wij gingen zitten en bestelden een Kingfisher bier. Met handen en voeten legden we de jongens uit dat wij Nederlanders waren, en natuurlijk vóór Nederland zouden juichen (ook al beseften we wel dat "ons" team er een flinke kluif aan zou hebben om te winnen). Er heerste een ontspannen competetieve sfeer in de bar.
Na de eerste helft -Nederland had goed gebat- gingen we een hapje eten in het hotel en keken de rest van de wedstrijd op onze kamer. Dat India won, was geen grote verrassing.
Reactie plaatsen
Reacties
Simon gefelicerrtd met je verjaardag. Was Mumbai niet een bezoek waard?