De Roze Stad

Gepubliceerd op 6 februari 2026 om 04:58

Rajasthan, het land van de koningen (raja=koning, en sthan=land, zoals min Pakistan, Afghanistan). De hoofdstad is Jaipur, gesticht in 1727 door Maharadja Jai Singh II. Jaipur staat alom bekend als een stad van uitbundige kleuren. De stad is ook wel bekend als de roze stad, omdat veel oude gebouwen hier in 1876 roze zijn geschilderd als welkom voor de toenmalige Prince of Wales, die op bezoek kwam. Het is een flinke tegenstelling tot de terracotta kleurige gebouwen van de Moghuls die we in Delhi, Lucknow en Agra tegenkwamen. De massieve bouwstijl van de Moghuls is door de Rajputs wat verfijnd en de versieringen die zijn aangebracht tonen goden, mensen maar vooral veel bloemmotieven. De kleding van de dames op straat en in de winkels hier is duidelijk helderder dan verder naar het noorden.  

Het meest beroemde gebouw in Jaipur is het Windpaleis, de Hawa Mahal vlakbij metrostation Badi Chaupar. Het gebied rond het metrostation isin de stadsontwikkeling van 1727 ontworpen, en nu een enorme stadsbazaar met heel veel kleine winkeltjes van voornamelijk kleding en sierraden. Eigenlijk zijn het meerdere bazaars: de Johari bazar, de Tripolia Bazar en de Chaura Rasta, die elk hun eigen specialiteiten hebben. Het komt over als een wirwar van smalle, deels overdekte straatjes, veel rondschuifelende Indiase dames, verkopers die je graag iets willen verkopen (zonder al te opdringerig te zijn) en hier en daar een verdwaasde toerist. Het is een drukte van belang. 

Het Windpaleis

De grote façade van het Windpaleis zit vol met gaatjes, waardoor de zon weinig grip heeft op de binnentemperatuur van het paleis en de wind een verkoelende bries door het gebouw kan waaien. Op deze manier hadden de vrouwen van de maharadjea een prettig verblijf en konden ze door de kleine rampjes toch meekijken met de gebeurtenissn op straat. Achter ieder luikje op de foto zit een soort nis, waar je met weinig fantasie gesluierde dames kunt zien zitten, giechelend commentaar leverend op de buitenwereld.

Deze wereldberoemde en veel gefotografeerde gevel is eigenlijk de achterkant van het paleis. De ingang zit precies aan de andere kant van het gebouw. Daar is te komen door netjes de bordjes te volgen door een doolhof van gangen en pleintjes, langs een tempel en uiteraard nog meer winkeltjes.

Het Windpaleis is een enorm gebouw van vijf verdiepingen. Op de bovenste verdieping heb je een mooi uitzicht over Jaipur. De trappen naar boven zijn veelal vervangen door makkelijker toegankelijke opgangen. Op elke verdieping tref je tal van kamertjes, torentjes en gangetjes waar drommen bezoekers zich doorheen wurmen, meestal met hun mobiele telefoon of camera in de aanslag.  Bezoekers staan in de rij om een mooie foto te maken van elkaar of het uitzicht onder een van de vele koepeltjes, of in doorkijkjes Soms worden wij (weer) gevraagd voor het maken van een selfie. Maar vandaag vroeg Jaklien een groep schitterend kleurrijk geklede Indiase vrouwen vriendelijk of ze op de foto wilden. Er werd gegiecheld en aan de kleding gefrutseld. Hoofddoeken werden beter gedrapeerd, en de dames groepeerden zich om ons heen (wat eigenlijk niet helemaal de bedoeling was, want nou zie je ze minder goed...)

Is de gevel al indrukwekkend hoog, pas bij het betreden van het paleis aan de achterkant en vervolgens het dwalen over daken en door gangen, merk je hoe enorm het complex zelf ook is.  Op de hoek van de straat, boven een klein tempeltje ter ere van Ganesh, was al een mooi geschilderde koepel te zien. Na anderhalf uur dwalen door het paleis, kwamen we dezelfde koepel aan de binnenkant tegen.

Direct tegenover het Windpaleis liggen diverse restaurantjes met een dakterras. Ze prijzen zichzelf aan als perfecte locatie om het paleis te zien en te forograferen. Het dakterras van "wind view", dat wij bezochten, is alleen tegen betaling toegankelijk, waarbij de toegangsprijs van de rekening wordt afgetrokken om kiekjesjagers te weren. Dat lukte maar zeer ten dele: op het dakterras staan vrijwel continu -vooral Indiase- toeristen elkaar in verschillende poses te fotograferen met de gevel van het windpaleis als achtergrond.

Het was tijd om de gebaande paden wat te verlaten, dus doken we een paar kleine straatjes in op weg naar een minaret in de verte. Het ws er in een keer veel minder druk en dan in de hoofdstraat. Op de kaart had ik al wel gezien dat tussen de Hawa Mahal en die minaret nog een paar bezienswaardigheden lagen. Het stadspaleis van de Maharadja, bijvoorbeeld, en een observatiepost voor astrologie, de Jantar Mantar. We liepen langs de achterkant van het stadspaleis, dat nu een museum is en tegen betaling bekeken kan worden, en zagen door het hek de Jantar Mantar, die we ook al vanuit het Windpaleis hadden gezien. Beiden besloten we (nog) niet te bezoeken. Simon wilde graag verder richting de minaret. 

Wel kwamen we een oase van rust tegen, in een tempels met een mooi binnenplein, waar we even de stilte in ons opnamen. Verder op zoek naar de minaret, Isarlat Sargasuli, maar helemaal aan de voet ervan zijn we niet gekomen. We liepen hem aan beide zijden alleen steeds voorbij. Dat kwam omdat hij volledig ingebouwd was door huizen en winkels. Helemaal aan de voet zijn we dan ook niet gekomen.  Alweer aardig wat stappen op de stappenteller, was het ook wel weer mooie geweest en tijd voor de metro terug naar het hotel.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.